BWBR0001866
Geldig vanaf 1902-11-01
Artikel 7
Locaalspoor- en Tramwegwet
1. De Staten der provinciën zijn bevoegd omtrent den dienst en het gebruik van tramwegen voor spoorweggedeelten op openbare wegen aangelegd voorschriften te geven voor zooveel betreft punten, waaromtrent in artikel 5niet is voorzien.
2. Indien bijzondere omstandigheden van plaatselijken aard in eene gemeente voorschriften noodig maken omtrent den dienst en het gebruik van locaalspoorwegen of van tramwegen, kunnen deze voorschriften, voor zoover zij spoorweggedeelten betreffen op openbare wegen aangelegd, door den gemeenteraad worden vastgesteld.
3. De artikelen 139 tot en met 144en artikel 154 van de Gemeentewet( Stb., ) zijn op deze plaatselijke verordening van toepassing. Van de intrekking van deze verordening geschiedt binnen acht dagen mededeling aan Ons.
4. De Staten der provinciën en de gemeenteraden zijn bevoegd omtrent het veilig gebruik van spoorwegen, in artikel 6, tweede lid, bedoeld, voor spoorweggedeelten op openbare wegen aangelegd voorschriften te geven voor zooveel betreft punten, waaromtrent bij den aldaar bedoelden algemeenen maatregel van bestuur niet is voorzien.
2. Indien bijzondere omstandigheden van plaatselijken aard in eene gemeente voorschriften noodig maken omtrent den dienst en het gebruik van locaalspoorwegen of van tramwegen, kunnen deze voorschriften, voor zoover zij spoorweggedeelten betreffen op openbare wegen aangelegd, door den gemeenteraad worden vastgesteld.
3. De artikelen 139 tot en met 144en artikel 154 van de Gemeentewet( Stb., ) zijn op deze plaatselijke verordening van toepassing. Van de intrekking van deze verordening geschiedt binnen acht dagen mededeling aan Ons.
4. De Staten der provinciën en de gemeenteraden zijn bevoegd omtrent het veilig gebruik van spoorwegen, in artikel 6, tweede lid, bedoeld, voor spoorweggedeelten op openbare wegen aangelegd voorschriften te geven voor zooveel betreft punten, waaromtrent bij den aldaar bedoelden algemeenen maatregel van bestuur niet is voorzien.