BWBR0001866
Geldig vanaf 1902-11-01
Artikel 9
Locaalspoor- en Tramwegwet
1. Overtreding van de bepalingen van:
artikel 5,
de in artikel 5toepasselijk verklaarde wetsartikelen, voor zooveel deze overtreding betrekking heeft op tramwegen, daaronder begrepen niet-naleving van artikel 35, tweede lid, der in artikel 4aangehaalde wet door de bij artikel 63, tweede lid, dier wet deswege aansprakelijk gestelden,
de in de artikelen 4, 4a, 5en 6bedoelde algemeene maatregelen van bestuur,
wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie
2. De beambten en bedienden zijn niet strafbaar zoo hunne overtreding een gevolg is van den last, door de bestuurders van den spoorwegdienst gegeven.
3. Die beambten en bedienden kunnen de reizigers, die zich aan overtreding der bepalingen van den in de artikelen 4, 4aen 5bedoelden algemeenen maatregel van bestuur schuldig maken, uit de rijtuigen weren of verwijderen.
4. Overtreding van artikel 3wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maandenof geldboete van de derde categorie.
5. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het in artikel 3neergelegde verbod, alsmede ter handhaving van de in de artikelen 4, 4a, 5en 6bedoelde algemene maatregelen van bestuur.
6. Ten aanzien van beschadiging van waterstaatswerken, in beheer of onderhoud bij ondernemers van locaal-, stadsspoor- of tramwegdiensten, voor welke schippers, reeders, eigenaars of gebruikers van vaartuigen of vlotten volgens de wet aansprakelijk zijn, vindt § 6a der Waterstaatswet 1900overeenkomstige toepassing.
artikel 5,
de in artikel 5toepasselijk verklaarde wetsartikelen, voor zooveel deze overtreding betrekking heeft op tramwegen, daaronder begrepen niet-naleving van artikel 35, tweede lid, der in artikel 4aangehaalde wet door de bij artikel 63, tweede lid, dier wet deswege aansprakelijk gestelden,
de in de artikelen 4, 4a, 5en 6bedoelde algemeene maatregelen van bestuur,
wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie
2. De beambten en bedienden zijn niet strafbaar zoo hunne overtreding een gevolg is van den last, door de bestuurders van den spoorwegdienst gegeven.
3. Die beambten en bedienden kunnen de reizigers, die zich aan overtreding der bepalingen van den in de artikelen 4, 4aen 5bedoelden algemeenen maatregel van bestuur schuldig maken, uit de rijtuigen weren of verwijderen.
4. Overtreding van artikel 3wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maandenof geldboete van de derde categorie.
5. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het in artikel 3neergelegde verbod, alsmede ter handhaving van de in de artikelen 4, 4a, 5en 6bedoelde algemene maatregelen van bestuur.
6. Ten aanzien van beschadiging van waterstaatswerken, in beheer of onderhoud bij ondernemers van locaal-, stadsspoor- of tramwegdiensten, voor welke schippers, reeders, eigenaars of gebruikers van vaartuigen of vlotten volgens de wet aansprakelijk zijn, vindt § 6a der Waterstaatswet 1900overeenkomstige toepassing.