BWBR0001860
Geldig vanaf 2020-10-07
Artikel 249a
Faillissementswet
Indien de faillietverklaring van een beleggingsonderneming als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/1:1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht</a>, van een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/3:110" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:110 van die wet</a>heeft, of van een persoon die een vergunning heeft ingevolge <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/3:4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:4, eerste lid van die wet</a>, wordt uitgesproken ingevolge een bepaling van deze titel of binnen een maand na het einde van een surseance van betaling die aan een dergelijke onderneming is verleend, wordt de uitvoering van de vangnetregeling die werd uitgevoerd tijdens de surseance van betaling voortgezet tijdens het faillissement op de voet van <a href="/wet/BWBR0020368" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 3.5.6 van die wet</a>.