BWBR0001860
Geldig vanaf 2020-10-07
Artikel 12
Faillissementswet
1. Van het arrest, door het gerechtshof gewezen, kunnen de schuldenaar, de schuldeiser die de faillietverklaring verzocht, de in art. 10bedoelde schuldeiser of belanghebbende en het Openbaar Ministerie, gedurende acht dagen na de dag der uitspraak, in cassatie komen.
2. Het beroep in cassatie wordt aangebracht en behandeld op de wijze bepaald in de <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/426" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 426 tot en met 429 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>.
3. Indien de cassatie is gericht tegen een arrest, houdende vernietiging van het vonnis van faillietverklaring, geeft de griffier van de Hoge Raad van het verzoek tot cassatie onverwijld kennis aan de griffier van het gerechtshof dat de vernietiging heeft uitgesproken.
2. Het beroep in cassatie wordt aangebracht en behandeld op de wijze bepaald in de <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/426" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 426 tot en met 429 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>.
3. Indien de cassatie is gericht tegen een arrest, houdende vernietiging van het vonnis van faillietverklaring, geeft de griffier van de Hoge Raad van het verzoek tot cassatie onverwijld kennis aan de griffier van het gerechtshof dat de vernietiging heeft uitgesproken.