Rechtspraak
Raad van State
2024-06-25
ECLI:NL:RVS:2024:2564
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
658 tokens
Inleiding
202402904/3/V1
Datum uitspraak: 25 juni 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van onder meer:
[vreemdeling 1], [vreemdeling 2] en [vreemdeling 3],
verzoekers,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 11 april 2024 in zaken nrs. NL24.5696, NL24.6612 en NL24.6619 in het geding tussen:
de vreemdelingen
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
a
Bij besluiten van 7 februari 2024 en 21 februari 2024 heeft de staatssecretaris de daartegen door de vreemdelingen gemaakte bezwaren niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 11 april 2024 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris nieuwe besluiten op de gemaakte bezwaren neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.
De vreemdelingen hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven en incidenteel hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. De vreemdelingen hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat de staatssecretaris wordt opgedragen hen als minderjarigen te behandelen zolang niet op het hoger beroep is beslist.
2. Het hoger beroep vergt nader onderzoek, waarvoor deze procedure zich niet goed leent. Er bestaat bovendien geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening, zoals door de vreemdelingen verzocht. De belangen die de vreemdelingen naar voren hebben gebracht, kunnen zij desgewenst aan de orde stellen in een procedure tegen de overplaatsing. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 15 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2011, over de overplaatsing van de minderjarigen- naar de meerderjarigenopvang.
3. Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, griffier.
w.g. Van Gastel
voorzieningenrechter
w.g. Hanrath
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 25 juni 2024
392