Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2025-11-26
ECLI:NL:RBLIM:2025:12125
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
7,263 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2025:12125 text/xml public 2026-03-20T08:38:12 2025-12-08 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2025-11-26 ROE 24/4738 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Roermond Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:12125 text/html public 2026-03-20T08:37:41 2026-03-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2025:12125 Rechtbank Limburg , 26-11-2025 / ROE 24/4738 Tijdelijk besluit eenmalig bedrag ouderen van Surinaamse herkomst, leeftijdsvoorwaarde, exceptieve toetsing, rechtstreekse toetsing. De minister heeft bewust gekozen om in het Tijdelijk besluit een leeftijdsgrens van 18 jaar te hanteren. Hieraan ligt een politiek-bestuurlijke afweging ten grondslag, die de rechtbank heeft te respecteren. De rechtbank acht de door de minister in het Tijdelijk besluit gemaakte keuze inzichtelijk en voldoende onderbouwd. In wat eiseres heeft aangevoerd ziet de rechtbank voorts geen aanleiding om te concluderen dat er sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden, dat die maken dat de uitkomst van het bestreden besluit in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Eiseres bestrijdt niet dat ze toentertijd niet in staat was om een bewuste keuze te maken voor Nederland en voor het behoud van het Nederlanderschap. Ze stelt daarentegen uitdrukkelijk ook zelf dat haar ouders de keuze hebben gemaakt om haar naar Nederland te sturen. Daarmee valt eiseres duidelijk niet binnen de doelgroep van het Tijdelijk besluit. Beroep ongegrond. RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht zaaknummer: ROE 24/4738 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 november 2025 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres en de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze de raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, de minister (gemachtigde: P. van der Voorn). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om toekenning van € 5.000,- op grond van het Tijdelijk besluit eenmalig bedrag ouderen van Surinaamse herkomst (Tijdelijk besluit). Eiseres is het niet eens met die afwijzing. Zij voert daartoe argumenten (beroepsgronden) aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister het bezwaar van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag terecht ongegrond heeft verklaard. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiseres heeft op 9 juli 2024 een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming op grond van het Tijdelijk besluit. Met het besluit van 9 augustus 2024 heeft de minister de aanvraag van eiseres afgewezen, omdat zij niet voldoet aan alle voorwaarden van het Tijdelijk besluit, namelijk de voorwaarde dat zij tenminste 18 jaar was op het moment dat zij in Nederland kwam wonen. 2.1. Met het bestreden besluit van 6 september 2024 heeft de minister het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. 2.2. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.3. De rechtbank heeft het beroep op 21 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft eiseres deelgenomen. De gemachtigde van de minister heeft deelgenomen via een beeldbelverbinding. Totstandkoming van het bestreden besluit 3. Op 25 november 1975 is Suriname onafhankelijk geworden van het Koninkrijk der Nederlanden. Vele rijksgenoten verlieten Suriname vóór die datum om zich in Nederland te vestigen en zo de Nederlandse nationaliteit te behouden. Doordat hun Koninkrijksjaren in Suriname bij de opbouw van het pensioen op grond van de Algemene ouderdomswet (AOW) niet worden meegerekend, hebben veel Nederlanders van Surinaamse herkomst geen volledige AOW kunnen opbouwen. Betrokkenen ervaren dit als een groot onrecht. Zij stellen dat zij rijksgenoten waren – gezien het gezamenlijke historische verleden van Nederland en Suriname en de vertaling daarvan in het Statuut van 1954 – en dat zij ten onrechte gelijk worden gesteld met andere migranten, die niet uit het Koninkrijk der Nederlanden afkomstig zijn. 4. De minister heeft met het Tijdelijk besluit als gebaar van erkenning aan een groep ouderen van Surinaamse herkomst een eenmalig bedrag van € 5.000,- per persoon beschikbaar gesteld. 5. Bij haar aanvraag om de toekenning van het eenmalig bedrag heeft eiseres, geboren in Paramaribo in Suriname, toegelicht dat zij in februari 1974 vanuit Suriname naar Nederland is verhuisd omdat haar ouders dit hadden besloten en dat zij toen 17 jaar was. Beoordeling door de rechtbank 6. De rechtbank beoordeelt of de Svb de aanvraag van eiseres terecht heeft afgewezen. De rechtbank doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. Komt eiseres op grond van het Tijdelijk besluit in aanmerking voor het eenmalig bedrag? 7. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarde dat zij tenminste 18 jaar moest zijn op het moment dat zij naar Nederland kwam . In het Tijdelijk besluit is geen mogelijkheid voor de minister opgenomen om een uitzondering op de voorwaarden te maken. Dat maakt dat de minister gehouden was om de aanvraag af te wijzen. 8. Eiseres stelt dat zij desondanks recht heeft op het eenmalig bedrag. Zij voert daartoe aan dat zij weliswaar jonger was dan 18 jaar toen zij samen met haar schoonzus in 1974 naar Nederland kwam en in Nederland ging wonen, maar dat zij geen invloed heeft gehad op de beslissing om (op dat moment) naar Nederland te komen. Haar broer en schoonzus waren in 1973 – om financiële redenen zonder hun twee kinderen – vertrokken naar Nederland en waren in Kerkrade een frituur begonnen. Toen de schoonzus begin 1974 terug naar Suriname was gekomen om de kinderen op te halen, stelde zij namens haar echtgenoot de vraag of eiseres met haar mee naar Nederland kon komen om te helpen in het gezin en met het huishouden. Haar ouders hebben daarvoor hun toestemming gegeven. Het was dus niet de keuze van eiseres om toen naar Nederland te verhuizen. 9. Deze beroepsgronden van eiseres komen er – juridisch vertaald – op neer dat zij verzoekt om zogenoemde exceptieve toetsing van (de betreffende voorwaarde in) het Tijdelijk besluit aan het evenredigheidsbeginsel. Dus dat de rechtbank moet beoordelen of de voorwaarde uit de regeling in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en daarom buiten toepassing moet blijven. Daarnaast leest de rechtbank de beroepsgronden zo, dat eiseres verzoekt om rechtstreekse toetsing van het Tijdelijk besluit aan het evenredigheidsbeginsel, zodat zij ook in aanmerking kan komen voor toekenning van het eenmalige bedrag ook al was zij nog (net) geen 18 jaar op het moment dat zij in Nederland ging wonen. Is de leeftijdsvoorwaarde zodanig onrechtmatig dat deze buiten toepassing dient te blijven? (exceptieve toetsing) 10. De rechtbank kan bepalen dat (een bepaalde voorwaarde in) een algemeen verbindend voorschrift, zoals het Tijdelijk besluit, buiten toepassing dient te blijven als deze in strijd is met hogere regelgeving, de algemene rechtsbeginselen en/of de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het is vaste rechtspraak dat als bij het voorbereiden en nemen van een algemeen verbindend voorschrift de negatieve gevolgen daarvan voor een bepaalde groep uitdrukkelijk zijn betrokken en de afweging deugdelijk is gemotiveerd, deze keuze voldoet aan het zorgvuldigheids- en het motiveringsbeginsel. De toetsing door de bestuursrechter beperkt zich dan in het algemeen tot de vraag of de regeling – in dit geval de voorwaarde dat de betrokkene tenminste 18 jaar oud diende te zijn ten tijde van zijn/haar komst naar Nederland – in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Gelet op het onverplichte en begunstigende karakter van het Tijdelijk besluit is in beginsel een terughoudende rechterlijke toetsing aangewezen. Het Tijdelijk besluit is, zoals blijkt uit de Kamerstukken en de Toelichting de uitkomst van een politieke-bestuurlijke keuze. 11.
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2025:12125 text/xml public 2026-03-20T08:38:12 2025-12-08 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2025-11-26 ROE 24/4738 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Roermond Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:12125 text/html public 2026-03-20T08:37:41 2026-03-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2025:12125 Rechtbank Limburg , 26-11-2025 / ROE 24/4738 Tijdelijk besluit eenmalig bedrag ouderen van Surinaamse herkomst, leeftijdsvoorwaarde, exceptieve toetsing, rechtstreekse toetsing. De minister heeft bewust gekozen om in het Tijdelijk besluit een leeftijdsgrens van 18 jaar te hanteren. Hieraan ligt een politiek-bestuurlijke afweging ten grondslag, die de rechtbank heeft te respecteren. De rechtbank acht de door de minister in het Tijdelijk besluit gemaakte keuze inzichtelijk en voldoende onderbouwd. In wat eiseres heeft aangevoerd ziet de rechtbank voorts geen aanleiding om te concluderen dat er sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden, dat die maken dat de uitkomst van het bestreden besluit in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Eiseres bestrijdt niet dat ze toentertijd niet in staat was om een bewuste keuze te maken voor Nederland en voor het behoud van het Nederlanderschap. Ze stelt daarentegen uitdrukkelijk ook zelf dat haar ouders de keuze hebben gemaakt om haar naar Nederland te sturen. Daarmee valt eiseres duidelijk niet binnen de doelgroep van het Tijdelijk besluit. Beroep ongegrond. RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht zaaknummer: ROE 24/4738 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 november 2025 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres en de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze de raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, de minister (gemachtigde: P. van der Voorn). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om toekenning van € 5.000,- op grond van het Tijdelijk besluit eenmalig bedrag ouderen van Surinaamse herkomst (Tijdelijk besluit). Eiseres is het niet eens met die afwijzing. Zij voert daartoe argumenten (beroepsgronden) aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister het bezwaar van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag terecht ongegrond heeft verklaard. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiseres heeft op 9 juli 2024 een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming op grond van het Tijdelijk besluit. Met het besluit van 9 augustus 2024 heeft de minister de aanvraag van eiseres afgewezen, omdat zij niet voldoet aan alle voorwaarden van het Tijdelijk besluit, namelijk de voorwaarde dat zij tenminste 18 jaar was op het moment dat zij in Nederland kwam wonen. 2.1. Met het bestreden besluit van 6 september 2024 heeft de minister het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. 2.2. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.3. De rechtbank heeft het beroep op 21 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft eiseres deelgenomen. De gemachtigde van de minister heeft deelgenomen via een beeldbelverbinding. Totstandkoming van het bestreden besluit 3. Op 25 november 1975 is Suriname onafhankelijk geworden van het Koninkrijk der Nederlanden. Vele rijksgenoten verlieten Suriname vóór die datum om zich in Nederland te vestigen en zo de Nederlandse nationaliteit te behouden. Doordat hun Koninkrijksjaren in Suriname bij de opbouw van het pensioen op grond van de Algemene ouderdomswet (AOW) niet worden meegerekend, hebben veel Nederlanders van Surinaamse herkomst geen volledige AOW kunnen opbouwen. Betrokkenen ervaren dit als een groot onrecht. Zij stellen dat zij rijksgenoten waren – gezien het gezamenlijke historische verleden van Nederland en Suriname en de vertaling daarvan in het Statuut van 1954 – en dat zij ten onrechte gelijk worden gesteld met andere migranten, die niet uit het Koninkrijk der Nederlanden afkomstig zijn. 4. De minister heeft met het Tijdelijk besluit als gebaar van erkenning aan een groep ouderen van Surinaamse herkomst een eenmalig bedrag van € 5.000,- per persoon beschikbaar gesteld. 5. Bij haar aanvraag om de toekenning van het eenmalig bedrag heeft eiseres, geboren in Paramaribo in Suriname, toegelicht dat zij in februari 1974 vanuit Suriname naar Nederland is verhuisd omdat haar ouders dit hadden besloten en dat zij toen 17 jaar was. Beoordeling door de rechtbank 6. De rechtbank beoordeelt of de Svb de aanvraag van eiseres terecht heeft afgewezen. De rechtbank doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. Komt eiseres op grond van het Tijdelijk besluit in aanmerking voor het eenmalig bedrag? 7. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarde dat zij tenminste 18 jaar moest zijn op het moment dat zij naar Nederland kwam . In het Tijdelijk besluit is geen mogelijkheid voor de minister opgenomen om een uitzondering op de voorwaarden te maken. Dat maakt dat de minister gehouden was om de aanvraag af te wijzen. 8. Eiseres stelt dat zij desondanks recht heeft op het eenmalig bedrag. Zij voert daartoe aan dat zij weliswaar jonger was dan 18 jaar toen zij samen met haar schoonzus in 1974 naar Nederland kwam en in Nederland ging wonen, maar dat zij geen invloed heeft gehad op de beslissing om (op dat moment) naar Nederland te komen. Haar broer en schoonzus waren in 1973 – om financiële redenen zonder hun twee kinderen – vertrokken naar Nederland en waren in Kerkrade een frituur begonnen. Toen de schoonzus begin 1974 terug naar Suriname was gekomen om de kinderen op te halen, stelde zij namens haar echtgenoot de vraag of eiseres met haar mee naar Nederland kon komen om te helpen in het gezin en met het huishouden. Haar ouders hebben daarvoor hun toestemming gegeven. Het was dus niet de keuze van eiseres om toen naar Nederland te verhuizen. 9. Deze beroepsgronden van eiseres komen er – juridisch vertaald – op neer dat zij verzoekt om zogenoemde exceptieve toetsing van (de betreffende voorwaarde in) het Tijdelijk besluit aan het evenredigheidsbeginsel. Dus dat de rechtbank moet beoordelen of de voorwaarde uit de regeling in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en daarom buiten toepassing moet blijven. Daarnaast leest de rechtbank de beroepsgronden zo, dat eiseres verzoekt om rechtstreekse toetsing van het Tijdelijk besluit aan het evenredigheidsbeginsel, zodat zij ook in aanmerking kan komen voor toekenning van het eenmalige bedrag ook al was zij nog (net) geen 18 jaar op het moment dat zij in Nederland ging wonen. Is de leeftijdsvoorwaarde zodanig onrechtmatig dat deze buiten toepassing dient te blijven? (exceptieve toetsing) 10. De rechtbank kan bepalen dat (een bepaalde voorwaarde in) een algemeen verbindend voorschrift, zoals het Tijdelijk besluit, buiten toepassing dient te blijven als deze in strijd is met hogere regelgeving, de algemene rechtsbeginselen en/of de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het is vaste rechtspraak dat als bij het voorbereiden en nemen van een algemeen verbindend voorschrift de negatieve gevolgen daarvan voor een bepaalde groep uitdrukkelijk zijn betrokken en de afweging deugdelijk is gemotiveerd, deze keuze voldoet aan het zorgvuldigheids- en het motiveringsbeginsel. De toetsing door de bestuursrechter beperkt zich dan in het algemeen tot de vraag of de regeling – in dit geval de voorwaarde dat de betrokkene tenminste 18 jaar oud diende te zijn ten tijde van zijn/haar komst naar Nederland – in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Gelet op het onverplichte en begunstigende karakter van het Tijdelijk besluit is in beginsel een terughoudende rechterlijke toetsing aangewezen. Het Tijdelijk besluit is, zoals blijkt uit de Kamerstukken en de Toelichting de uitkomst van een politieke-bestuurlijke keuze. 11.
Volledig
De rechtbank stelt vast dat de minister bewust heeft gekozen om in het Tijdelijk besluit een leeftijdsgrens van 18 jaar te hanteren. Inherent aan een afbakening door het stellen van een leeftijdsgrens is dat een groep mensen die (net) niet aan het leeftijdsvereiste voldoen, geen gebaar van erkenning krijgen. Hieraan ligt een politiek-bestuurlijke afweging ten grondslag, die de rechtbank heeft te respecteren. De rechtbank acht de door de minister in het Tijdelijk besluit gemaakte keuze inzichtelijk en voldoende onderbouwd. De rechtbank kent doorslaggevende betekenis toe aan de uitdrukkelijke bedoeling van de minister, het onverplichte en begunstigende karakter van het Tijdelijk besluit dat is bedoeld als een gebaar van erkenning voor een geselecteerde groep ouderen van Surinaamse afkomst en de in dat verband dwingend vastgestelde toekenningsvoorwaarden, die de terughoudende toets kunnen doorstaan. Vanuit dat licht bezien kan uit wat eiseres heeft aangevoerd niet worden geconcludeerd dat de leeftijdsvoorwaarde niet geschikt is dan wel niet noodzakelijk is. Van onevenwichtigheid is niet gebleken. De rechtbank ziet bij de terughoudende toets zoals die bij het Tijdelijk besluit aangelegd moet worden en gegeven de aanvaardbaarheid van de in het Tijdelijk besluit door de minister expliciet gemaakte keuze over de leeftijdsvoorwaarde geen aanleiding om die voorwaarde te verruimen of buiten toepassing te laten. Is het leeftijdsvereiste in het concrete geval van eiseres onevenredig? (rechtstreekse toetsing) 12. Wanneer het, zoals hier, gaat om een gebonden besluit dat is gebaseerd op een algemeen verbindend voorschrift, kunnen bijzondere omstandigheden maken dat toepassing van het algemeen verbindend voorschrift in het voorliggende geval zozeer in strijd komt met het evenredigheidsbeginsel dat die toepassing achterwege moet blijven. Dit betekent dat uiteindelijk moet worden beoordeeld of er bijzondere omstandigheden zijn die maken dat toepassing van het algemeen verbindende voorschrift in het voorliggende geval tot een onevenredige uitkomst zou leiden. Een besluit is onevenredig als het in de gegeven omstandigheden voor een of meer belanghebbende(n) onredelijk bezwarend is. 13. In wat eiseres heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen aanleiding om te concluderen dat er sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden, dat die maken dat de uitkomst van het bestreden besluit in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Eiseres bestrijdt niet dat ze toentertijd niet in staat was om een bewuste keuze te maken voor Nederland en voor het behoud van het Nederlanderschap. Ze stelt daarentegen uitdrukkelijk ook zelf dat haar ouders de keuze hebben gemaakt om haar naar Nederland te sturen. Daarmee valt eiseres duidelijk niet binnen de doelgroep van het Tijdelijk besluit. Daar komt nog bij dat, alhoewel er in het Tijdelijk besluit geen directe relatie ligt tussen het recht op de eenmalige tegemoetkoming en (het aantal) teloor gegane opgebouwde AOW-jaren, er bij eiseres ook geen sprake kan zijn geweest van enige verwachtingen omtrent haar AOW-pensioen en de eventuele teloorgang van rechten daarop door de onafhankelijkheid van Suriname en haar vertrek naar Nederland. Zij was immers op het moment van haar vertrek naar Nederland in Suriname nog niet begonnen met het opbouwen van enig pensioen en heeft, zoals zij op zitting desgevraagd heeft bevestigd, in Nederland een volledig AOW-pensioen opgebouwd. Ook in dit opzicht valt zij dus uitdrukkelijk niet binnen de doelgroep van het Tijdelijk besluit. Dat eiseres het geld had willen schenken aan oudere mensen in Suriname, maakt het oordeel niet anders, nu de tegemoetkoming immers persoonsgebonden is. Hetzelfde geldt voor het door eiseres op de zitting genoemde argument dat er in Suriname veel is geleden onder Nederlands bestuur. De Tijdelijke regeling ziet bovendien niet op compensatie voor – wat daar ook van zij – aangedaan leed. Conclusie en gevolgen 11. Uit het voorgaande volgt dat de minister de aanvraag van eiseres om een eenmalig bedrag op grond van het Tijdelijk besluit terecht heeft afgewezen. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Het beroep is ongegrond. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M.J.A. barones van Hövell tot Westerflier-Dassen, rechter, in aanwezigheid van mr. R.G. Cremers, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 26 november 2025 griffier De rechter is niet in de gelegenheid mede te ondertekenen. Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 26 november 2025 Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Dit volgt uit de Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname, Paramaribo. In artikel 3 van het Tijdelijk besluit staan de - dwingend geformuleerde - voorwaarden voor het recht op een eenmalig bedrag. Een persoon heeft recht op een eenmalig bedrag, indien deze: a. uiterlijk op 25 november 1975 in Nederland is gaan wonen, met het oog op de inwerkingtreding van de Toescheidingsovereenkomst; b. voorafgaand aan het tijdstip waarop deze persoon in Nederland ging wonen in Suriname woonde; c. ten minste de leeftijd van 18 jaar had bereikt op het tijdstip, waarop deze persoon in Nederland ging wonen; en d. op 1 juli 2024 ten minste 20 jaar in Nederland heeft gewoond. Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 1 juli 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2016 en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:452. het verslag van een commissiedebat op 31 juli 2023 Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 20 361, nr. 220 3558
Volledig
De rechtbank stelt vast dat de minister bewust heeft gekozen om in het Tijdelijk besluit een leeftijdsgrens van 18 jaar te hanteren. Inherent aan een afbakening door het stellen van een leeftijdsgrens is dat een groep mensen die (net) niet aan het leeftijdsvereiste voldoen, geen gebaar van erkenning krijgen. Hieraan ligt een politiek-bestuurlijke afweging ten grondslag, die de rechtbank heeft te respecteren. De rechtbank acht de door de minister in het Tijdelijk besluit gemaakte keuze inzichtelijk en voldoende onderbouwd. De rechtbank kent doorslaggevende betekenis toe aan de uitdrukkelijke bedoeling van de minister, het onverplichte en begunstigende karakter van het Tijdelijk besluit dat is bedoeld als een gebaar van erkenning voor een geselecteerde groep ouderen van Surinaamse afkomst en de in dat verband dwingend vastgestelde toekenningsvoorwaarden, die de terughoudende toets kunnen doorstaan. Vanuit dat licht bezien kan uit wat eiseres heeft aangevoerd niet worden geconcludeerd dat de leeftijdsvoorwaarde niet geschikt is dan wel niet noodzakelijk is. Van onevenwichtigheid is niet gebleken. De rechtbank ziet bij de terughoudende toets zoals die bij het Tijdelijk besluit aangelegd moet worden en gegeven de aanvaardbaarheid van de in het Tijdelijk besluit door de minister expliciet gemaakte keuze over de leeftijdsvoorwaarde geen aanleiding om die voorwaarde te verruimen of buiten toepassing te laten. Is het leeftijdsvereiste in het concrete geval van eiseres onevenredig? (rechtstreekse toetsing) 12. Wanneer het, zoals hier, gaat om een gebonden besluit dat is gebaseerd op een algemeen verbindend voorschrift, kunnen bijzondere omstandigheden maken dat toepassing van het algemeen verbindend voorschrift in het voorliggende geval zozeer in strijd komt met het evenredigheidsbeginsel dat die toepassing achterwege moet blijven. Dit betekent dat uiteindelijk moet worden beoordeeld of er bijzondere omstandigheden zijn die maken dat toepassing van het algemeen verbindende voorschrift in het voorliggende geval tot een onevenredige uitkomst zou leiden. Een besluit is onevenredig als het in de gegeven omstandigheden voor een of meer belanghebbende(n) onredelijk bezwarend is. 13. In wat eiseres heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen aanleiding om te concluderen dat er sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden, dat die maken dat de uitkomst van het bestreden besluit in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Eiseres bestrijdt niet dat ze toentertijd niet in staat was om een bewuste keuze te maken voor Nederland en voor het behoud van het Nederlanderschap. Ze stelt daarentegen uitdrukkelijk ook zelf dat haar ouders de keuze hebben gemaakt om haar naar Nederland te sturen. Daarmee valt eiseres duidelijk niet binnen de doelgroep van het Tijdelijk besluit. Daar komt nog bij dat, alhoewel er in het Tijdelijk besluit geen directe relatie ligt tussen het recht op de eenmalige tegemoetkoming en (het aantal) teloor gegane opgebouwde AOW-jaren, er bij eiseres ook geen sprake kan zijn geweest van enige verwachtingen omtrent haar AOW-pensioen en de eventuele teloorgang van rechten daarop door de onafhankelijkheid van Suriname en haar vertrek naar Nederland. Zij was immers op het moment van haar vertrek naar Nederland in Suriname nog niet begonnen met het opbouwen van enig pensioen en heeft, zoals zij op zitting desgevraagd heeft bevestigd, in Nederland een volledig AOW-pensioen opgebouwd. Ook in dit opzicht valt zij dus uitdrukkelijk niet binnen de doelgroep van het Tijdelijk besluit. Dat eiseres het geld had willen schenken aan oudere mensen in Suriname, maakt het oordeel niet anders, nu de tegemoetkoming immers persoonsgebonden is. Hetzelfde geldt voor het door eiseres op de zitting genoemde argument dat er in Suriname veel is geleden onder Nederlands bestuur. De Tijdelijke regeling ziet bovendien niet op compensatie voor – wat daar ook van zij – aangedaan leed. Conclusie en gevolgen 11. Uit het voorgaande volgt dat de minister de aanvraag van eiseres om een eenmalig bedrag op grond van het Tijdelijk besluit terecht heeft afgewezen. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Het beroep is ongegrond. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M.J.A. barones van Hövell tot Westerflier-Dassen, rechter, in aanwezigheid van mr. R.G. Cremers, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 26 november 2025 griffier De rechter is niet in de gelegenheid mede te ondertekenen. Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 26 november 2025 Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Dit volgt uit de Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname, Paramaribo. In artikel 3 van het Tijdelijk besluit staan de - dwingend geformuleerde - voorwaarden voor het recht op een eenmalig bedrag. Een persoon heeft recht op een eenmalig bedrag, indien deze: a. uiterlijk op 25 november 1975 in Nederland is gaan wonen, met het oog op de inwerkingtreding van de Toescheidingsovereenkomst; b. voorafgaand aan het tijdstip waarop deze persoon in Nederland ging wonen in Suriname woonde; c. ten minste de leeftijd van 18 jaar had bereikt op het tijdstip, waarop deze persoon in Nederland ging wonen; en d. op 1 juli 2024 ten minste 20 jaar in Nederland heeft gewoond. Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 1 juli 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2016 en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:452. het verslag van een commissiedebat op 31 juli 2023 Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 20 361, nr. 220 3558