Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-05-27
ECLI:NL:RBGEL:2025:4097
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
916 tokens
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/9240
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
in de zaak tussen
[eiser], uit [plaats], eiser
en
het college van burgemeester en wethouders van Berg en Dal
(gemachtigde: [naam gemachtigde]).
Samenvatting
1. In deze uitspraak op het beroep van eiser komt de rechtbank tot het oordeel dat eiser geen procesbelang heeft bij de beoordeling van zijn beroep. Het beroep van eiser is gericht tegen het besluit van het college om op grond van de Wet open overheid (Woo) geen stukken openbaar te maken. De rechtbank legt hieronder uit hoe zij tot dit oordeel komt en wat de gevolgen zijn.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht maakt dat mogelijk.
Procesverloop
2. Eiser stelt met zijn verzoek op grond van de Woo een aantal vragen over de wegenlegger. Met het besluit van 17 juni 2024 heeft het college eisers Woo-verzoek afgewezen omdat de wegenlegger al openbaar is. Met het bestreden besluit van 28 november 2024 heeft het college eisers bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat tussen partijen niet ter discussie staat dat alle beschikbare stukken zijn verstrekt.
Beoordeling
3. Procesbelang is aanwezig als een belanghebbende met het rechtsmiddel kan bereiken wat hem voor ogen staat.
3.1.
Eiser heeft met zijn Woo-verzoek vragen gesteld over de wegenlegger. Na overleg met het college, heeft eiser ook verzocht om de wegenlegger dan wel de link naar de publicatie hiervan. De wegenlegger is inmiddels raadpleegbaar via het Digitale Gemeenteblad.
3.2.
De rechtbank is van oordeel dat eiser geen procesbelang heeft bij de beoordeling van zijn beroep. Eiser wil met zijn beroep bereiken dat de wegenlegger juist wordt vastgesteld. Maar dit resultaat kan hij niet bereiken met het beroep tegen het bestreden besluit. Met een beroep tegen een besluit op grond van de Woo kan eiser namelijk alleen bereiken dat verzochte informatie, die in bestaande documenten is vastgelegd en die bij een bestuursorgaan berust, alsnog openbaar moet worden gemaakt. Overigens begrijpt de rechtbank uit het verweerschrift dat het college inmiddels bezig met de juiste vaststelling van de wegenlegger.
Conclusie
4. Omdat eiser geen procesbelang heeft, is het beroep van eiser kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank komt daarom niet toe aan een beoordeling van de gronden die eiser richt tegen het bestreden besluit.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, rechter, in aanwezigheid van mr.L. Janssen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op:
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
ABRvS 14 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:781.