Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-06-17
ECLI:NL:RBDHA:2025:18993
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
5,682 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL25.10975
V-nummer: [v-nummer]
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] ,
geboren op [geboortedag] 1962, van Iraanse nationaliteit, eiseres,
(gemachtigde: mr. A.H. Hekman),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. S. Beyik).
Samenvatting
1. Deze zaak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres. De minister heeft haar aanvraag afgewezen, omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar situatie recht geeft op een verblijfsvergunning asiel.
1.1.
De minister gelooft dat eiseres in Nederland heeft meegedaan aan demonstraties na de dood van de Iraanse vrouw [naam 1]. Maar de minister gelooft niet dat zij daardoor problemen heeft gekregen met haar ex-man in Iran. Ook gelooft de minister niet dat zij is overgestapt naar een andere godsdienst, het zoroastrisme. Wel geloof de minister dat zij afstand heeft genomen van de islam, maar van eiseres mag worden verwacht dat zij zich stil houdt over het verlaten van de islam als zij terugkeert naar Iran. De minister vindt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat ze bij terugkeer naar Iran gevaar loopt vanwege haar deelname aan de demonstraties of omdat ze niet meer gelooft in de islam.
1.2.
Eiseres is het niet eens met de afwijzing van haar asielaanvraag en heeft daarom beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank geeft haar gelijk. De rechtbank vindt dat de minister niet goed heeft uitgelegd waarom hij haar bekering tot het zoroastrisme niet gelooft. Verder heeft de minister zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat van eiseres mag worden verwacht dat zij zich stil houdt over het verlaten van de islam. De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende heeft uitgelegd waarom eiseres geen reëel risico op vervolging of ernstige schade loopt bij terugkeer naar Iran. De rechtbank vernietigt daarom het besluit waarin de asielaanvraag van eiseres is afgewezen. De minister moet een nieuw besluit nemen. Daarbij moet de minister rekening houden met wat in deze uitspraak staat.
Procesverloop
2. Met het besluit van 3 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de asielaanvraag van eiseres afgewezen als ongegrond.
2.2.
Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 3 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, mr. F.J. Hoppenbrouwer als waarnemer van de gemachtigde van eiseres, M. Abdi als tolk in de taal Farsi en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling
Achtergrond
3. Eiseres is geboren op [geboortedag] 1962 en is van Iraanse nationaliteit. Eind augustus 2022 is zij Nederland ingereisd met een visum om haar dochter te bezoeken om bij de bevalling van de dochter aanwezig te zijn. In Nederland heeft eiseres op 4 november 2022 een asielaanvraag ingediend.
Asielrelaas
4. Eiseres heeft het volgende aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd. Eiseres is na de dood van de Iraanse vrouw [naam 1] op [datum] 2022, in Nederland gaan demonstreren tegen het Iraanse regime. Een nicht van de ex-man van eiseres heeft hiervan beelden gemaakt en doorgestuurd aan de ex-man in Iran. De ex-man is lid van [organisatie] , een onderdeel van de revolutionaire garde in Iran. De zoon van eiseres heeft gehoord dat de ex-man het over eiseres had met de andere leden van [organisatie] en heeft foto’s van eiseres bij de demonstratie op de telefoon van de ex-man gezien. Eiseres vreest dat haar ex-man haar heeft aangegeven bij de autoriteiten. Eiseres vreest dan ook vervolgd te worden door het regime. Daarnaast is eiseres in april 2024 bekeerd tot het zoroastrisme en heeft zich hiermee afgewend van de islam.
Besluitvorming
5. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende relevante asielmotieven:
1. De identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. De problemen met de ex-man vanwege de deelname aan demonstraties in
Nederland;
3. De afwending van de islam; en,
4. De bekering tot het zoroastrisme.
5.1.
De minister acht de volgende asielmotieven geloofwaardig: de identiteit, nationaliteit en herkomst en de afwending van de islam. De minister acht de problemen met de ex-man en de bekering tot het zoroastrisme niet geloofwaardig. De minister volgt wel dat eiseres in Nederland heeft meegedaan aan demonstraties, maar niet dat zij daardoor problemen met haar ex-man heeft. De minister acht dit ongeloofwaardig omdat de verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. De minister betrekt daarbij dat zij niet volgt dat de nicht van de ex-man eiseres na jaren herkende tussen honderden betogers, dat eiseres na de scheiding met haar man geen problemen met hem heeft gehad en dat eiseres enkel op vermoedens baseert dat er een zaak tegen haar is aangespannen. Ook stelt de minister dat de documenten de problemen met de ex-man niet onderbouwen. De minister acht de bekering tot het zoroastrisme niet geloofwaardig, omdat de verklaringen hierover ook geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Verder leiden de geloofwaardig geachte elementen niet tot een gegronde vrees voor vervolging. Dat eiseres uit Iran komt, dat zij heeft deelgenomen aan demonstraties en dat zij afvallig is, is hiervoor niet voldoende volgens de minister.
Problemen vanwege deelname aan demonstraties in Nederland
6. Eiseres stelt dat de minister ten onrechte de problemen met de ex-man vanwege de deelname aan demonstraties in Nederland ongeloofwaardig acht. De minister acht ten onrechte niet aannemelijk dat de nicht van eiseres haar na twintig jaar nog zou herkennen. Deze motivering van de minister dat iemand na twintig jaar niet meer herkend kan worden, is namelijk niet gebaseerd op enige informatie. Ook stelt de minister ten onrechte dat eiseres sinds haar scheiding geen problemen heeft gehad met haar ex-man. Eiseres heeft in de zienswijze en in het nader gehoor aangegeven dat zij ook na haar scheiding jarenlang problemen met hem heeft gehad. Daarnaast wordt in het besluit ten onrechte gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat er een zaak tegen haar is aangespannen door haar ex-man. Eiseres kan dit alleen niet met documenten bewijzen, maar heeft dat van haar eigen zoon vernomen. Tot slot heeft eiseres ook tijdens haar gehoren toegelicht dat haar ex-man niet slechts een invalide veteraan is, maar ook een functie en connecties heeft binnen [organisatie] .
6.1.
De rechtbank is van oordeel dat deze beroepsgrond niet kan slagen en motiveert dit als volgt. Door de minister wordt niet betwist dat eiseres bij drie demonstraties in Nederland aanwezig is geweest, dat daar foto’s zijn gemaakt van eiseres en dat deze foto’s op sociale media staan. Echter, de rechtbank kan de minister volgen in het standpunt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat deze foto’s bij haar ex-man terecht zijn gekomen en dat zij daardoor problemen heeft met haar ex-man. De rechtbank is het met de minister eens dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij door de nicht van de ex-man is herkend in een menigte van duizend mensen na elkaar twintig jaar niet te hebben gezien. Ook heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat, zoals op de zitting aangegeven, de nicht bewust gestuurd zou zijn door de Iraanse autoriteiten om foto’s te maken van de demonstranten en dat eiseres daarna door de nicht herkend is. Eiseres heeft hiervan namelijk geen onderbouwing ingebracht. Daarnaast heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat de foto’s van de demonstratie zijn doorgespeeld aan de ex-man. Haar enkele verklaring dat haar zoon dit van haar ex-man heeft gehoord, heeft de minister onvoldoende mogen vinden. Ook kan de rechtbank de minister volgen in het standpunt dat het feit dat de foto’s van eiseres bij de demonstraties op sociale media staan onvoldoende is om tot de conclusie te komen dat eiseres in de negatieve aandacht van de Iraanse autoriteiten staat. Deze foto’s zijn namelijk geplaatst op een algemeen account, te weten “[naam 2]”. De naam van eiseres wordt niet genoemd en er zijn geen andere identificerende gegevens vermeld. Hierdoor is de aanwezigheid van eiseres bij de demonstraties niet tot haar te herleiden. Kortom, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt of onderbouwd dat de autoriteiten op de hoogte zijn van haar deelname aan de demonstraties of haar politieke overtuiging.
Bekering tot het zoroastrisme
7. Eiseres stelt vervolgens dat de minister ten onrechte de bekering tot het zoroastrisme ongeloofwaardig heeft geacht. Eiseres kan de minister niet volgen dat zij oppervlakkig of summier zou hebben verklaard over haar religie. Eiseres heeft met haar verklaringen juist een duidelijk inzicht gegeven in het verloop van haar leven tot aan het punt dat zij de keuze maakte om te bekeren. Eiseres heeft uitgelegd dat zowel haar opvoeding, haar huwelijk met een streng islamitische man, de dingen die zij heeft meegemaakt in Iran onder een streng islamitisch regime en de vrijheid en verlossing van de onderdrukking die zij vindt in het zoroastrisme, allemaal tot de bekering geleid hebben. Het is onduidelijk wat er door de minister nog meer verwacht wordt om dit wel geloofwaardig te achten. Daarnaast heeft eiseres niet oppervlakkig of inconsistent verklaard over de totstandkoming van de bekering. In de context waarin eiseres zich bevond in Iran is het logisch dat zij zich in de periode dat zij in Iran was, zich niet veel verder kon verdiepen in het geloof, omdat dit in Iran verboden was. Verder heeft de minister niet volgens de werkinstructie 2022/3 gehandeld.
7.1.
De minister acht de bekering tot het zoroastrisme niet geloofwaardig, omdat de verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. De minister baseert dit op de omstandigheden dat eiseres oppervlakkig en onpersoonlijk verklaart over wat haar aanspreekt in het zoroastrisme, dat zij oppervlakkig verklaart over hoe zij tot de bekering is gekomen, dat zij oppervlakkig en onpersoonlijk verklaart over wat de bekering tot het zoroastrisme haar heeft gebracht, wat het zoroastrisme voor haar heeft betekend en dat de documenten die zij heeft ingebracht van de stichting zoroastristen onvoldoende onderbouwing van de bekering zijn. Verder blijkt wel dat eiseres kennis heeft over het zoroastrisme, maar dit weegt volgens de minister niet op tegen de oppervlakkige verklaringen.
Conclusie
9. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt. Het bestreden besluit wordt vernietigd. De minister moet een nieuw besluit te nemen, en daarbij rekening houden met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor vier weken.
9.1.
Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten.
De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.814,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 3 maart 2025;
- draagt de minister op binnen vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.R. Bleijendaal, rechter, in aanwezigheid van mr. I.S. Roefs, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
De minister noemt dit ‘afvallig’ of ‘afwending van de islam’. Deze woorden komen terug in de uitspraak.
De minister noemt dit ‘terughoudendheid in het uiten’. Deze woorden komen terug in de uitspraak.
Een asielrelaas is het verhaal van een asielzoeker waarom die in Nederland asiel aanvraagt.
Werkinstructie: Bekering en Afvalligheid.
Pagina 28 van het nader gehoor.
Pagina 38 van het nader gehoor
Pagina 30 van het nader gehoor
Pagina’s 31 en 33 van het nader gehoor.
Pagina 33 van het nader gehoor.
Zie bijvoorbeeld pagina 29 van het nader gehoor.
Pagina’s 30, 33, 34 en 35 van het nader gehoor.
Pagina 28 van het nader gehoor.
Pagina 33 van het nader gehoor.
Pagina’s 9, 27 34 en 35 van het nader gehoor.
Pagina 34 van het nader gehoor.
Pagina 40 van het nader gehoor.
Zie bijvoorbeeld pagina 17 van het nader gehoor.
Zie bijvoorbeeld pagina’s 12 en 25 van het nader gehoor.
Pagina 38 van het nader gehoor.
Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 19 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:94 (lijn n.a.v. arrest van het Hof van Justitie, Bondsrepubliek Duitsland t. Y en Z (C-71/11 en C-99/11).
Vreemdelingenwet 2000.
Vreemdelingencirculaire 2000.
Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling van 19 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:93 en
ECLI:NL:RVS:2022:94.
Pagina 42 van het nader gehoor.
Zie paragraaf 5.2.1 en verder van het Algemeen ambtsbericht inzake Iran van september 2023.
Posttraumatische-stressstoornis.
Beoordeling
7.2.
De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. De rechtbank kan de minister namelijk niet volgen in het standpunt dat eiseres oppervlakkig en onpersoonlijk heeft verklaard over wat haar aanspreekt in het zoroastrisme, haar bekering en wat het haar gebracht heeft. De rechtbank is juist van oordeel dat eiseres gedetailleerd en persoonlijk heeft verklaard over de motieven voor en het proces van de bekering, de kennis van het nieuwe geloof en het effect van de veranderingen, zoals ook volgens de werkinstructie 2022/3 verwacht wordt.
Uit de verklaringen van eiseres blijkt dat zij is gaan nadenken over haar geloofsovertuiging nadat zij via haar schoonzoon in aanraking kwam met het zoroastrisme. Zij stond stil bij de feiten, namelijk dat Iraniërs van oorsprong zoroastrianen zijn en dat de islam de Iraniërs is gebracht als vreemde religie. Eiseres heeft verklaard over wat haar persoonlijk aansprak in het zoroastrisme, namelijk dat veel waarde wordt gehecht aan de natuur en natuurelementen. Eiseres houdt daarvan en de gelijkheid tussen man en vrouw, terwijl in de islam de man de baas is over de vrouw en de vrouw zich aan haar man moet overgeven, de minder strenge verplichtingen ten opzichte van de islam, goede dingen zoals eerlijkheid, gelijkheid, liefde, warmte, elkaar geen kwaad aandoen en het helpen/houden van de medemens en dat de ceremonie in een taal was die zij sprak. Als moslima heeft zij de elementen blijheid, euforie en betrokkenheid niet kunnen beproeven. Eiseres heeft verder verklaard dat zij zelf in een liberaal gezin is geboren en dat zij in het zoroastrisme dingen herkende die zij van haar vader had geleerd, zoals dat je een goed mens moet zijn, anderen lief moet hebben, anderen geen kwaad mag doen en geen schade toe mag brengen, dat je de armen moet helpen en dat dat voorrang verdient aan dagelijkse handelingen. Wat zij heeft meegekregen van haar vader heeft zij teruggevonden in het zoroastrisme. Eiseres heeft ook verklaard dat de relatie tussen haar en haar schoonfamilie stroef verliep, omdat zij uit een liberaal gezin kwam en haar ex-man uit een streng islamitisch gezin. Verder heeft zij verklaard dat zij problemen heeft ondervonden met het strenge islamitische regime. De rechtbank begrijpt eiseres zo dat dit alles in samenhang bezien uiteindelijk heeft geleid tot haar bekering. Door de bekering voelt eiseres zich rustiger, beter, en is zij dichter bij haar oorsprong gekomen. De rechtbank is het met eiseres eens dat het onduidelijk is wat de minister nog meer van eiseres had verwacht om haar bekering wel geloofwaardig te achten. De minister heeft aan bovengenoemde elementen onvoldoende gewicht toegekend. De minister dient dit nogmaals te beoordelen. De beroepsgrond slaagt.
Afvalligheid
8. Eiseres is het niet eens met de beoordeling van de minister over de geloofwaardig geachte afvalligheid. De minister stelt ten onrechte dat van eiseres terughoudendheid mag worden verlangd bij terugkeer naar Iran. Eiseres verwijst naar vaste rechtspraak van de Afdeling en artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw in samenhang bezien met paragraaf C2/3.2.5.1. van de Vc. Eiseres stelt in dit kader dat niet valt in te zien wat de minister bedoelt met “aangezien eiseres zich in Nederland ook zo heeft opgesteld, er geen reden is om aan te nemen dat eiseres zich bij terugkeer naar Iran niet kan conformeren aan de regels”. In het besluit is door de minister onvoldoende betrokken dat eiseres heeft aangegeven dat zij haar afvalligheid niet heeft geuit of zal uiten in Iran wegens vrees voor de autoriteiten. Er had dan ook meer onderzoek gedaan moeten worden naar hoe eiseres uiting zou willen geven aan haar afvalligheid. Daarbij had de minister ook moeten kijken naar de manier waarop eiseres in Nederland uiting heeft gegeven aan haar afvalligheid en had de minister ervanuit moeten gaan dat eiseres bij terugkeer op dezelfde wijze als in Nederland uiting wil geven aan haar afvalligheid. Dit zou in Iran tot vervolging kunnen leiden. Bovendien zou eiseres er mentaal aan onderdoor gaan, als zij geen uiting aan haar afvalligheid kan geven. De minister stelt verder ten onrechte dat van eiseres verwacht mag worden dat zij bij het verhoor door de Iraanse autoriteiten als zij terug zou keren naar Iran zal verklaren dat zij moslim is en hiervoor een verklaring ondertekend. Ook kan van eiseres niet verwacht worden dat zij zichzelf tijdens een urenlang verhoor van de Iraanse autoriteiten staande zou kunnen houden.
8.1.
De minister stelt dat het feit dat de afvalligheid van eiseres geloofwaardig is geacht, niet betekent dat in geen enkel geval terughoudendheid van eiseres verlangd mag worden. Volgens de minister moet beoordeeld worden of de wijze van uiting van de afvalligheid een essentieel onderdeel is van het leven van eiseres voor het behoud van de religieuze identiteit van eiseres. De minister stelt dat er geen reden is om aan te nemen dat eiseres zich bij terugkeer zal uiten over haar afvalligheid, omdat eiseres in Iran altijd voor zichzelf heeft
gehouden dat zij geen moslim meer was en dat zij in Nederland terughoudend is omgegaan met haar afvalligheid. Eiseres heeft namelijk verklaart dat zij niet uit zichzelf zal vertellen dat zij geen moslim meer is. In het geval van eiseres mag dus terughoudendheid worden verwacht volgens de minister. Verder stelt de minister dat in het geval dat eiseres bij terugkeer naar Iran zal worden ondervraagd op het vliegveld ook van haar terughoudendheid mag worden verwacht. Van haar mag volgens de minister dan worden verwacht dat zij indien nodig aangeeft dat zij nog moslim is.
8.2.
De rechtbank is van oordeel dat deze beroepsgrond slaagt. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling mag van eiseres geen terughoudendheid worden verwacht in het uiten van haar afvalligheid (of haar geloofsovertuiging) bij terugkeer in Iran. Ook mag van eiseres niet worden verwacht dat zij verklaart haar asielmotieven te hebben geveinsd,
wanneer zij door de Iraanse autoriteiten bij de grens wordt ondervraagd. Dat eiseres in het nader gehoor heeft aangegeven dat zij haar mond zou houden als aan haar gevraagd wordt of zij nog moslim is, maakt dit niet anders. Eiseres heeft namelijk aangegeven dat zij weet dat zij gedood zal worden als zij dit zou vertellen. Hieruit blijkt dat eiseres het niet durft te vertellen uit vrees voor de autoriteiten en andere eventuele gevolgen. Dit is anders dan dat eiseres uit vrije wil het afvallig zijn in Iran voor zich heeft gehouden. Bovendien mag van iemand geen terughoudendheid verwacht worden. De minister heeft dit onvoldoende onderkend. Daarnaast kan de rechtbank de minister er ook niet in volgen in het standpunt dat eiseres in Nederland geen uiting heeft gegeven aan haar afvalligheid. Eiseres heeft namelijk meegedaan aan demonstraties tegen het Iraans regime na de dood van [naam 1] en zij gaat ook niet meer gesluierd door het leven. Dit zijn naar het oordeel van de rechtbank aanwijzingen dat eiseres in Nederland wel in enige mate uiting heeft gegeven aan haar afvalligheid. Verder stelt eiseres ook bekeerd te zijn. Ook dit kan een indicatie zijn dat eiseres uiting geeft aan haar afvalligheid. Hier dient de minister bij het nieuw te nemen besluit rekening mee te houden.
8.3.
Verder acht de rechtbank ook de kans reëel dat eiseres aan de grens wordt ondervraagd. Volgens de informatie in het Algemeen ambtsbericht inzake Iran, van september 2023, lopen Iraanse vluchtelingen die langere tijd in het buitenland hebben verbleven het risico om bij terugkeer door de Iraanse autoriteiten te worden ondervraagd. Volgens het ambtsbericht valt het op als iemand terugreist met een laissez-passer. In dat geval is het risico groot dat de autoriteiten de terugkeerder bij aankomst ondervragen over het verblijf in het buitenland.