ECLI:NL:HR:2022:853
ECLI:NL:HR:1981:AG4158
ECLI:NL:HR:2010:BL1116
ECLI:NL:CRVB:2026:994
Daarnaast is volgens appellante sprake van misbruik van artikel 4 van de Invoeringswet BES, omdat deze bepaling wordt ingezet voor een doel dat buiten de reikwijdte van deze wet valt. Tot slot heeft appellante aangevoerd dat artikel 4 van de Invoerin...
ECLI:NL:GHARL:2017:9378
iet op zichzelf staat maar nauw samenhangt met de introductie van het basispartnerbegrip in de fiscale kaderwet, de Algemene wet inzake rijksbelastingen bij het komende Belastingplan 2010. Dit basispartnerbegrip zal de grondslag zijn voor het partner...
ECLI:NL:GHAMS:1999:AA3997
t ingang van 1 januari 2000. Uit een en ander volgt dat enerzijds de bestreden beschikking van 9 november 1999 is genomen krachtens een nog niet in werking getreden wettelijke bepaling en derhalve onbevoegd is gegeven en anderzijds dat de belastingre...
ECLI:NL:GHARL:2017:9378
teur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank. 4 Beoordeling van het geschil Wettelijke kader 4.1 Artikel 32, lid 1, ten vierde, onderdeel a, van de Successiewet 1956 (hierna: SW) bepaalt dat de partner een vrijstelling geniet va...
ECLI:NL:GHAMS:2005:AU8506
UNDER THE SECURITIES ACT OF 1933 X N.V 2.26. Vanaf 15 maart 1999 is er op initiatief van de toenmalige gemachtigde van belanghebbende, voornoemde G1, met de inspecteur overleg geweest over het voornemen van belanghebbende om...
ECLI:NL:GHARN:1999:AA4865
d van het in dit artikel bepaalde geschiedt afschrijving, en dus ook willekeurige afschrijving, op bedrijfsmiddelen naar de regels die zijn gesteld voor het tijdvak waarin ter zake van de verwerving of de verbetering van het bedrijfsmiddel verplichti...