ECLI:NL:HR:2020:1016
ening van de in art. 16 Fw genoemde kosten en schulden, zoals het hof (in rov. 3.9.2) terecht tot uitgangspunt heeft genomen. 3.2.2 De in het middel genoemde Garantstellingsregeling curatoren 2012 berust onder meer op art...
ening van de in art. 16 Fw genoemde kosten en schulden, zoals het hof (in rov. 3.9.2) terecht tot uitgangspunt heeft genomen. 3.2.2 De in het middel genoemde Garantstellingsregeling curatoren 2012 berust onder meer op art...
3.1.1 Het middel klaagt dat het hof de toepasselijke maatstaf heeft miskend, dan wel deze onjuist heeft toegepast of een onbegrijpelijk oordeel heeft gegeven, door in rov. 3.9.3-3.9.5 te oordelen dat de aanwezigheid van een bate niet onaannemel...
betaald, hetgeen als gevolg van een beschikking als bedoeld in artikel 2:58 door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen onverschuldigd is betaald of verstrekt, alsmede hetgeen anderszins onverschuldigd is betaald, wordt door het Uitvoerings...
s ook het oordeel in de hoofdzaak (over de aansprakelijkheid) in kracht van gewijsde is gegaan. 3.13 Het moet er daarom, mede gezien het voorgaande faillissement, voor worden gehouden dat de curator in het door [appellant] gewenste faillissement niet...
het Hof heeft geoordeeld dat voldoende aannemelijk is geworden, dat geen te executeren vermogen van geïntimeerde aanwezig of binnen afzienbare tijd te verwachten is en hierop zijn beslissing heeft doen steunen, tot welk oordeel het Hof in redelijkhei...
der geval moet worden vastgesteld dat de curator geacht moet worden op de hoogte te zijn ge[adres I] van [de failliet] ten tijde van diens faillietverklaring en de (eveneens) uit de gemeentelijke basisadministratie blijkende verhuizing op [begindatum...
kent geen rechtstreekse wettelijke basis. Uit een (analoge) toepassing van de wettelijke regeling die geldt voor het stellen van zekerheid op grond van een wettelijke verplichting (artikel 6:51 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW)) volgt dat (ook de onverpl...
Naar het oordeel van het hof is een situatie als de onderhavige er bij uitstek een waarvoor (de laatste zin van) het tweede lid van artikel 477a Rv is geschreven. Noch in het onderhavige artikel (of in enig ander artikel) van het Wetboek van Burgerli...
Naar het oordeel van het hof is een situatie als de onderhavige er bij uitstek een waarvoor (de laatste zin van) het tweede lid van artikel 477a Rv is geschreven. Noch in het onderhavige artikel (of in enig ander artikel) van het Wetboek van Burgerli...
Naar het oordeel van het hof is een situatie als de onderhavige er bij uitstek een waarvoor (de laatste zin van) het tweede lid van artikel 477a Rv is geschreven. Noch in het onderhavige artikel (of in enig ander artikel) van het Wetboek van Burgerli...