30 resultaten voor "Artikel 53 Besluit prudentiële regels Wft"
Pagina 1 van 3
Uitspraak

ECLI:NL:CBB:2017:25

ingen in staat tijdig te rapporteren en geeft anderzijds DNB de ruimte om adequaat toezicht te houden. Verder voert DNB aan dat appellante miskent dat appellante artikel 3:72, eerste lid, van de Wft gelezen in samenhang met artikel 2:2, eerste lid, e...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:CBB:2007:BB3786

dens uitdrukkelijk bewijs van het tegendeel - niet aannemelijk kan worden geacht dat de door appellante gestelde afspraak met DNB mede zou inhouden dat het adagium “wie zwijgt stemt toe” in dit geval zou opgaan, terwijl bovendien vaststaat dat de ond...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:CBB:2017:25

ingen in staat tijdig te rapporteren en geeft anderzijds DNB de ruimte om adequaat toezicht te houden. Verder voert DNB aan dat appellante miskent dat appellante artikel 3:72, eerste lid, van de Wft gelezen in samenhang met artikel 2:2, eerste lid, e...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:GHAMS:2007:BB6708

haffen en de overige gegevens ter toetsing voor te leggen aan de voorzitter van de ring, maar het BFT gaat met deze beperkte controle niet akkoord, omdat dit geen recht doet aan een behoorlijke taakvervulling door het BFT en omdat de wetgever het toe...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2008:BF1942

at het toezicht op de naleving van het bepaalde ingevolge de artikelen 3:17, eerste en tweede lid, onderdeel c, 3:57 en 3:96, eerste lid, onderdeel c van de Wft. In het Besluit prudentiële regels Wft (hierna: BPR) zijn de minimumeisen als be...

2%
Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2008:BF1942

, is het garantiefonds. 5. Indien een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid voorziet of redelijkerwijze kan voorzien dat haar solvabiliteit niet voldoet of niet zal voldoen aan de regels, bedoeld in het tweede lid, geeft zij hier...

2%
Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2013:6757

erde rekeningen kwalificeren als opvorderbare gelden in de zin van artikel 3:5, eerste lid, in samenhang met artikel 1:1 van de Wft. Voorts heeft DNB zich op het standpunt gesteld dat eiseres niet heeft aangetoond dat de belangen die het prudentieel...

2%
Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2004:AR4867

2.1. Wettelijk kader Ingevolge artikel 53 van de Wtk 1992, zoals deze bepaling luidde ten tijde in geding, is DNB bevoegd bij iedere onderneming of instelling, van welke zij vermoedt, dat zij een kredietinstelling in de zin van artikel 1 is...

2%
Uitspraak

ECLI:NL:RBAMS:2020:2877

eisers om ingevolge artikel 2 lid 2 ABV rekening te houden met de belangen van ING, zoals het kunnen voldoen aan haar verplichtingen jegens toezichthouders op grond van onder meer de Wft (Wet financieel toezicht) en de Wwft (Wet ter voorkoming van wi...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2015:1850

4.1. Het spoedeisend belang volgt uit de stellingen van [eiser]. 4.2. Voordat wordt ingegaan op de rechtsvraag die in deze procedure moet worden beantwoord, zal eerst het wettelijk kader waarbinnen DNB opereert, wor...

1%