ECLI:NL:HR:2022:853
ECLI:NL:HR:2010:BL1116
ECLI:NL:HR:2025:1008
3.6.5 Art. 4:34 lid 2 Wft houdt in dat, voor zover hier van belang, de aanbieder van krediet geen kredietovereenkomst aangaat met een consument indien dit, met het oog op overkreditering van de consument, onverantwoord is. Art. 113 lid 1 BGfo...
ECLI:NL:GHSHE:2020:2536
van de financiële positie van de consument te komen, inzicht te hebben in zowel de inkomsten, bijvoorbeeld de bron en hoogte van de inkomsten van de consument of relevante derden, als bepaalde vaste uitgaven van de consument, zoals de huur dan wel de...
ECLI:NL:GHARL:2026:1797
prake van een consumentenkrediet en heeft Defam het krediet niet rechtsgeldig vervroegd opgeëist. Dit betekent volgens de kantonrechter dat de kredietovereenkomst nog doorloopt zodat [de debiteur] nog steeds de maandelijkse termijnen moet voldoen en...
ECLI:NL:GHSHE:2020:2536
nformatie zoals vastgelegd in artikel 31 heeft de aanbieder waar het krediet betreft ook een verplichting tot het inwinnen van informatie en het aan de hand van die informatie beoordelen of de kredietverlening verantwoord is voor de...
ECLI:NL:GHARL:2026:1797
ft [de debiteur] aangegeven dat hij niet aan zijn betalingsverplichting kan voldoen vanwege het loonbeslag dat door het kantoor van de gemachtigde op zijn salaris is gelegd. 3.14. Op 17 mei 2024 heeft de gemachtigde een e-mail gestuurd aan [de debite...
ECLI:NL:RBAMS:2025:9046
i 2011 moeilijker zijn door de verplichting van een kredietverstrekker een kredietwaardigheidstoets uit te voeren. Die verplichting geldt ook bij oversluiting van een krediet. Tot slot is niet uit te sluiten dat tijd en niet te verwaarlozen kosten zi...
ECLI:NL:RBARN:2004:AR2579
s. Ten overvloede wijst de rechtbank erop dat artikel 4 aanhef en onder h Wck niet lijkt te stroken met de Richtlijn, omdat daarin een uitzondering als in dat artikelonderdeel geformuleerd, niet is terug te vinden. Daarin ziet zij in ieder geval aanl...