ECLI:NL:GHLEE:2003:AF7658
3.1. In hoger beroep is niet bestreden, dat de betrokkene niet binnen de in art. 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie ...
3.1. In hoger beroep is niet bestreden, dat de betrokkene niet binnen de in art. 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie ...
Inleiding 1. Op 6 juni 2016 heeft [appellant] een verklaring onder ede ten overstaan van een ambtenaar van de gemeente Emmen afgelegd. In die verklaring staat dat hij op 1 juni 2015 in Syrië is...
Inleidend processtuk 4.1. In de eerste plaats dient beoordeeld te worden op welke wijze een procedure als de onderhavige ingeleid dient te worden. In dit kader is rel...
gaan op de argumenten van partijen betreffende de matiging. Verdere verloop van de procedure 4.12. Artikel 2:16 lid 8 BW s...
Bepaling comparitie van partijen 6.1. De rechtbank acht voor een goede instructie van de zaak - zowel in het exhibitie-incident als in de hoofdzaak - een comparit...
2.1. Artikel 21 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv.) bepaalt: “Partijen zijn verplicht de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid...
Vertegenwoordiging 3.1. De vorderingen in deze zaken hebben betrekking op schade die bij verkeersongevallen is geleden door personen die geen partij zijn in dit gedin...
3.1. Artikel 21 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv.) bepaalt: “Partijen zijn verplicht de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid...
2.1. Het District Court heeft verzocht om [belanghebbende en getuige] als getuige te horen en de volgende speciale vormen toe te passen: Het getuigenverhoor vindt plaat...
4.1. De rechtbank stelt voorop dat, zoals ook door partijen is onderkend, een verzoek om aanhouding ook bij wege van incident kan worden gedaan. Voorts stelt de rechtbank voorop dat de vraag of ...