ECLI:NL:CBB:2018:522
ECLI:NL:RVS:2017:1259
ECLI:NL:CBB:2019:291
ECLI:NL:RVS:2006:AY6767
Verweerder heeft geen aanleiding gezien de planonderdelen in strijd met een goede ruimtelijke ordening te achten en heeft deze goedgekeurd. Er is een ruimere uitbreidingsmogelijkheid geboden omdat de desbetreffende bedrijven in het vorige bestemmings...
ECLI:NL:RVS:2010:BM2620
Deze planvoorschriften zijn opgesteld met gebruikmaking van de bevoegdheden als bedoeld in de artikelen 39 en 40 van de Monumentenwet 1988 zoals die artikelen luidden vóór de inwerkingtreding op 1 juli 2008 van de Wet ruimtelijke ordening, welke arti...
ECLI:NL:RVS:2019:2357
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, voorzitter, en mr. H.G. Sevenster en mr. G.M.H. Hoogvliet, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.J...
ECLI:NL:RVS:2010:BK9017
2.1. Ingevolge artikel 28, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, gelezen in samenhang met artikel 10:27 van de Algemene wet bestuursrecht, rust op het college de taak om - in voorkomend geval mede op basis van de ingebrachte bedenkingen...
ECLI:NL:RVS:2022:285
ECLI:NL:RVS:2017:3523
erste lid, van de Wro. Tevens stelt het college dat het zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat ontheffing van artikel 4.27, vierde lid, van de Omgevingsverordening provincie Groningen 2009 kon worden verleend omdat sprake is v...