Artikel 2
Handhaving en bevordering van democratische beginselen, rechten van de mens en fundamentele vrijheden Geen andere versie om mee te vergelijken [Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht .] 1 De eerbiediging van de democratische beginselen, de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, zoals vastgelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens , bestaande internationale mensenrechtenverdragen en andere bindende juridische instrumenten waarbij de Unie of de lidstaten van de Unie en Canada partij zijn, ligt ten grondslag aan het respectieve nationaal en internationaal beleid van de partijen en vormt een essentieel element van deze overeenkomst. 2 De partijen spannen zich in om samen te werken en deze rechten en beginselen in hun eigen beleid te handhaven en andere staten aan te moedigen om zich bij deze internationale mensenrechtenverdragen en bindende juridische instrumenten aan te sluiten en hun eigen verplichtingen op het gebied van de mensenrechten uit te voeren. 3 De partijen zijn vastbesloten democratie te bevorderen, met inbegrip van vrije en eerlijke verkiezingen in overeenstemming met internationale normen. Iedere partij stelt de andere partij in kennis van haar respectieve verkiezingswaarnemingsmissies en nodigt in voorkomend geval de andere partij uit om deel te nemen. 4 De partijen erkennen het belang van de rechtsstaat voor de bescherming van de mensenrechten en voor de goede werking van de overheidsinstellingen in een democratische staat. Hieronder valt eveneens een onafhankelijk rechtsstelsel, gelijkheid voor de wet, het recht op een eerlijk proces en daadwerkelijke toegang tot de rechter voor individuen.