BWBV0006627
Geldig vanaf 01-02-2017
Artikel 7
Uitvoeringsafspraak betreffende de samenwerking, begeleiding en ondersteuning bij repatriëringsmaatregelen over het grondgebied van de Benelux-landen
1. Het bepalen van de voorwaarden voor de uitvoering van de in artikel 3 van deze Uitvoeringsafspraak bedoelde repatriëringsmaatregelen, waaronder afspraken over het dragen van dienstkleding en het meevoeren en gebruik van bewapening, munitie en uitrusting, alsook het opleggen van de vrijheidsbeperkende middelen die gebruikt mogen worden door de zendstaat, komen, zoals voorzien in artikel 23, tweede lid, van het Verdrag, toe aan de transitstaat.
2. De Partijen bepalen in uitvoering van artikel 23, tweede lid, van het Verdrag dat de bevoegde autoriteiten van de zendstaat verantwoordelijk voor de begeleiding, tijdens een begeleiding in het kader van de uitvoering van een repatriëringsmaatregel over het grondgebied van de transitstaat, de volgende vrijheidsbeperkende middelen kunnen meevoeren, alsook bewapening, onverminderd het derde lid:
a) Op het grondgebied van het Koninkrijk België: i. boeimiddelen;
ii. wapenstok;
iii. pepperspray;
iv. vuurwapen en munitie.
i. boeimiddelen;
ii. wapenstok;
iii. pepperspray;
iv. vuurwapen en munitie.
b) Op het grondgebied van het Groothertogdom Luxemburg: i. uitsluitend vrijheidsbeperkende middelen die niet een wapen vormen als bedoeld in de nationale wetgeving van het Groothertogdom Luxemburg, met name boeimiddelen, onverminderd het derde lid.
i. uitsluitend vrijheidsbeperkende middelen die niet een wapen vormen als bedoeld in de nationale wetgeving van het Groothertogdom Luxemburg, met name boeimiddelen, onverminderd het derde lid.
c) Op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden: i. boeimiddelen;
ii. wapenstok;
iii. pepperspray;
iv. vuurwapen en munitie.
i. boeimiddelen;
ii. wapenstok;
iii. pepperspray;
iv. vuurwapen en munitie.
3. In het geval dat een bevoegde autoriteit van de zendstaat wapens wil meevoeren op het grondgebied van het Groothertogdom Luxemburg, verzoekt zij van tevoren om de op grond van het nationale recht van het Groothertogdom Luxemburg vereiste toestemmingen.
4. De vrijheidsbeperkende middelen, bewapening en munitie worden meegevoerd op dusdanige wijze dat zij niet door onbevoegden kunnen worden gebruikt, onverminderd het derde lid bij vervoer op het grondgebied van het Groothertogdom Luxemburg.
5. Op het grondgebied van het Koninkrijk België en van het Koninkrijk der Nederlanden worden boeimiddelen, wapenstok en pepperspray uitsluitend gebruikt indien dit strikt noodzakelijk blijkt. Het gebruik van vuurwapens is niet toegestaan, behoudens in geval van wettige verdediging.
Op het grondgebied van het Groothertogdom Luxemburg worden vrijheidsbeperkende middelen die niet een wapen vormen als bedoeld in de nationale wetgeving van het Groothertogdom Luxemburg uitsluitend gebruikt indien dit strikt noodzakelijk blijkt. Het gebruik van wapens is niet toegestaan, behoudens in geval van wettige verdediging. Dit geldt steeds onverminderd het derde lid.
6. Alle meegevoerde vrijheidsbeperkende middelen, bewapening en munitie worden vermeld in het in artikel 5, vierde lid, bedoelde aanvraagformulier.
7. De repatriëringsmaatregel wordt in beginsel uitgevoerd door ambtenaren in burger en met een dienstvoertuig dat niet als zodanig herkenbaar is, tenzij de aard van het vervoer zich daartegen verzet, in welk geval de redenen daarvoor in het bovengenoemde aanvraagformulier worden meegedeeld.
2. De Partijen bepalen in uitvoering van artikel 23, tweede lid, van het Verdrag dat de bevoegde autoriteiten van de zendstaat verantwoordelijk voor de begeleiding, tijdens een begeleiding in het kader van de uitvoering van een repatriëringsmaatregel over het grondgebied van de transitstaat, de volgende vrijheidsbeperkende middelen kunnen meevoeren, alsook bewapening, onverminderd het derde lid:
a) Op het grondgebied van het Koninkrijk België: i. boeimiddelen;
ii. wapenstok;
iii. pepperspray;
iv. vuurwapen en munitie.
i. boeimiddelen;
ii. wapenstok;
iii. pepperspray;
iv. vuurwapen en munitie.
b) Op het grondgebied van het Groothertogdom Luxemburg: i. uitsluitend vrijheidsbeperkende middelen die niet een wapen vormen als bedoeld in de nationale wetgeving van het Groothertogdom Luxemburg, met name boeimiddelen, onverminderd het derde lid.
i. uitsluitend vrijheidsbeperkende middelen die niet een wapen vormen als bedoeld in de nationale wetgeving van het Groothertogdom Luxemburg, met name boeimiddelen, onverminderd het derde lid.
c) Op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden: i. boeimiddelen;
ii. wapenstok;
iii. pepperspray;
iv. vuurwapen en munitie.
i. boeimiddelen;
ii. wapenstok;
iii. pepperspray;
iv. vuurwapen en munitie.
3. In het geval dat een bevoegde autoriteit van de zendstaat wapens wil meevoeren op het grondgebied van het Groothertogdom Luxemburg, verzoekt zij van tevoren om de op grond van het nationale recht van het Groothertogdom Luxemburg vereiste toestemmingen.
4. De vrijheidsbeperkende middelen, bewapening en munitie worden meegevoerd op dusdanige wijze dat zij niet door onbevoegden kunnen worden gebruikt, onverminderd het derde lid bij vervoer op het grondgebied van het Groothertogdom Luxemburg.
5. Op het grondgebied van het Koninkrijk België en van het Koninkrijk der Nederlanden worden boeimiddelen, wapenstok en pepperspray uitsluitend gebruikt indien dit strikt noodzakelijk blijkt. Het gebruik van vuurwapens is niet toegestaan, behoudens in geval van wettige verdediging.
Op het grondgebied van het Groothertogdom Luxemburg worden vrijheidsbeperkende middelen die niet een wapen vormen als bedoeld in de nationale wetgeving van het Groothertogdom Luxemburg uitsluitend gebruikt indien dit strikt noodzakelijk blijkt. Het gebruik van wapens is niet toegestaan, behoudens in geval van wettige verdediging. Dit geldt steeds onverminderd het derde lid.
6. Alle meegevoerde vrijheidsbeperkende middelen, bewapening en munitie worden vermeld in het in artikel 5, vierde lid, bedoelde aanvraagformulier.
7. De repatriëringsmaatregel wordt in beginsel uitgevoerd door ambtenaren in burger en met een dienstvoertuig dat niet als zodanig herkenbaar is, tenzij de aard van het vervoer zich daartegen verzet, in welk geval de redenen daarvoor in het bovengenoemde aanvraagformulier worden meegedeeld.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0006627
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl