BWBV0006627
Geldig vanaf 01-02-2017
Artikel 2
Uitvoeringsafspraak betreffende de samenwerking, begeleiding en ondersteuning bij repatriëringsmaatregelen over het grondgebied van de Benelux-landen
Voor de toepassing van deze Uitvoeringsafspraak wordt verstaan onder:
a) „repatriëring”: een handeling zoals bedoeld in artikel 23 van het Verdrag, verricht door een bevoegde autoriteit van een van de Partijen in uitvoering van een door een bevoegde autoriteit van die Partij genomen besluit ter verwijdering van een vreemdeling, door toedoen van een in artikel 3 van deze Uitvoeringsafspraak bedoelde maatregel, welke wordt genomen in samenwerking met de bevoegde autoriteiten van een of meer andere Partijen overeenkomstig deze Uitvoeringsafspraak, en waaronder worden begrepen alle vormen van „gedwongen terugkeer” zoals gedefinieerd in het glossarium over asiel en migratie van het Europees migratienetwerk;
b) „vreemdeling”: eenieder die niet of niet langer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de onder g) bedoelde zendstaat;
c) „vervoer”: het verplaatsen van een vreemdeling over het grondgebied van de onder h) bedoelde transitstaat;
d) „begeleiding”: de begeleiding door een bevoegde autoriteit van de onder g) bedoelde zendstaat van een vreemdeling tegen wie een repatriëringsmaatregel is genomen;
e) „ondersteuning”: de ondersteuning door een bevoegde autoriteit van de onder h) bedoelde transitstaat, bij een onder d) bedoelde begeleiding;
f) „bevoegde autoriteiten”: één of meerdere autoriteiten van een Partij welke door de betrokken Partij worden aangewezen overeenkomstig artikel 4, tweede lid, van deze Uitvoeringsafspraak;
g) „zendstaat”: de Partij die tegen een vreemdeling een repatriëringsmaatregel heeft uitgevaardigd en die voornemens is die repatriëringsmaatregel over het grondgebied van een andere Partij uit te voeren;
h) „transitstaat”: de Partij over wier grondgebied de repatriëringsmaatregel wordt beoogd te worden uitgevoerd;
i) „interviewdelegatie”: delegatie van ambtenaren van een derde Staat die een interview van een vreemdeling afneemt om vast te stellen of het om een eigen onderdaan gaat en in voorkomend geval zijn identiteit vast te stellen.
a) „repatriëring”: een handeling zoals bedoeld in artikel 23 van het Verdrag, verricht door een bevoegde autoriteit van een van de Partijen in uitvoering van een door een bevoegde autoriteit van die Partij genomen besluit ter verwijdering van een vreemdeling, door toedoen van een in artikel 3 van deze Uitvoeringsafspraak bedoelde maatregel, welke wordt genomen in samenwerking met de bevoegde autoriteiten van een of meer andere Partijen overeenkomstig deze Uitvoeringsafspraak, en waaronder worden begrepen alle vormen van „gedwongen terugkeer” zoals gedefinieerd in het glossarium over asiel en migratie van het Europees migratienetwerk;
b) „vreemdeling”: eenieder die niet of niet langer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de onder g) bedoelde zendstaat;
c) „vervoer”: het verplaatsen van een vreemdeling over het grondgebied van de onder h) bedoelde transitstaat;
d) „begeleiding”: de begeleiding door een bevoegde autoriteit van de onder g) bedoelde zendstaat van een vreemdeling tegen wie een repatriëringsmaatregel is genomen;
e) „ondersteuning”: de ondersteuning door een bevoegde autoriteit van de onder h) bedoelde transitstaat, bij een onder d) bedoelde begeleiding;
f) „bevoegde autoriteiten”: één of meerdere autoriteiten van een Partij welke door de betrokken Partij worden aangewezen overeenkomstig artikel 4, tweede lid, van deze Uitvoeringsafspraak;
g) „zendstaat”: de Partij die tegen een vreemdeling een repatriëringsmaatregel heeft uitgevaardigd en die voornemens is die repatriëringsmaatregel over het grondgebied van een andere Partij uit te voeren;
h) „transitstaat”: de Partij over wier grondgebied de repatriëringsmaatregel wordt beoogd te worden uitgevoerd;
i) „interviewdelegatie”: delegatie van ambtenaren van een derde Staat die een interview van een vreemdeling afneemt om vast te stellen of het om een eigen onderdaan gaat en in voorkomend geval zijn identiteit vast te stellen.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0006627
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl