BWBV0006410
Geldig vanaf 01-01-1981
Artikel 36
Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (Lid-Staten der Europese Gemeenschappen) en de Helleense Republiek betreffende de toetreding van de Helleense Republiek tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie
1. In afwijking van artikel 35 kan de Helleense Republiek tot en met 31 december 1985 kwantitatieve beperkingen blijven toepassen op de in bijlage III van deze Akte genoemde produkten uit de huidige Lid-Staten.
2. De in lid 1 bedoelde beperkingen bestaan uit contingenten. De contingenten voor het jaar 1981 worden in bijlage III aangegeven.
3. Het minimumtempo van de progressieve verhoging van de contingenten beloopt 25% aan het begin van elk jaar wat betreft de in rekeneenheden uitgedrukte contingenten en 20% aan het begin van elk jaar wat betreft de in volume uitgedrukte contingenten. De verhoging wordt aan elk contingent toegevoegd en de volgende verhoging wordt berekend op het aldus verkregen totaalcijfer.
Wanneer een contingent tegelijkertijd betrekking heeft op het volume en op de waarde wordt het contingent dat betrekking heeft op het volume, met een minimum van 20% per jaar verhoogd en het contingent dat betrekking heeft op de waarde met een minimum van 25% per jaar, terwijl de daaropvolgende contingenten jaarlijks worden berekend op basis van het voorafgaande contingent vermeerderd met de verhoging.
Wat betreft autobussen, touringcars en andere motorvoertuigen van onderverdeling ex 87.02 A I van het gemeenschappelijk douanetarief wordt het contingent naar volume verhoogd met 15% per jaar en het contingent naar waarde met 20% per jaar.
4. Wanneer de Commissie bij beschikking vaststelt dat de invoer in Griekenland van een van de in bijlage III genoemde produkten in de loop van twee opeenvolgende jaren lager is dan 90% van de contingentering, maakt de Helleense Republiek de invoer van het produkt uit de huidige Lid-Staten vrij.
5. De voor kunstmeststoffen van de posten 31.02, 31.03 en 31.05 A. I, II en IV van het gemeenschappelijk douanetarief geopende contingenten vormen eveneens de nodige overgangsmaatregelen voor de afschaffing van de exclusieve rechten tot invoer. Deze contingenten zijn toegankelijk voor elke importeur in Griekenland en de in het kader van deze contingenten ingevoerde produkten kunnen in Griekenland niet onderworpen worden aan exclusieve rechten inzake verhandeling.
2. De in lid 1 bedoelde beperkingen bestaan uit contingenten. De contingenten voor het jaar 1981 worden in bijlage III aangegeven.
3. Het minimumtempo van de progressieve verhoging van de contingenten beloopt 25% aan het begin van elk jaar wat betreft de in rekeneenheden uitgedrukte contingenten en 20% aan het begin van elk jaar wat betreft de in volume uitgedrukte contingenten. De verhoging wordt aan elk contingent toegevoegd en de volgende verhoging wordt berekend op het aldus verkregen totaalcijfer.
Wanneer een contingent tegelijkertijd betrekking heeft op het volume en op de waarde wordt het contingent dat betrekking heeft op het volume, met een minimum van 20% per jaar verhoogd en het contingent dat betrekking heeft op de waarde met een minimum van 25% per jaar, terwijl de daaropvolgende contingenten jaarlijks worden berekend op basis van het voorafgaande contingent vermeerderd met de verhoging.
Wat betreft autobussen, touringcars en andere motorvoertuigen van onderverdeling ex 87.02 A I van het gemeenschappelijk douanetarief wordt het contingent naar volume verhoogd met 15% per jaar en het contingent naar waarde met 20% per jaar.
4. Wanneer de Commissie bij beschikking vaststelt dat de invoer in Griekenland van een van de in bijlage III genoemde produkten in de loop van twee opeenvolgende jaren lager is dan 90% van de contingentering, maakt de Helleense Republiek de invoer van het produkt uit de huidige Lid-Staten vrij.
5. De voor kunstmeststoffen van de posten 31.02, 31.03 en 31.05 A. I, II en IV van het gemeenschappelijk douanetarief geopende contingenten vormen eveneens de nodige overgangsmaatregelen voor de afschaffing van de exclusieve rechten tot invoer. Deze contingenten zijn toegankelijk voor elke importeur in Griekenland en de in het kader van deze contingenten ingevoerde produkten kunnen in Griekenland niet onderworpen worden aan exclusieve rechten inzake verhandeling.
- Citeren als
- Art. 36
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0006410
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl