BWBV0006385
Geldig vanaf 01-10-2016
Artikel 4
Besluit van de Raad van 26 mei 2014 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie (2014/335/EU, Euratom)
Aan het Verenigd Koninkrijk wordt een correctie voor begrotingsonevenwichtigheden toegestaan.
Deze correctie wordt bepaald:
a. door het verschil in het voorafgaande begrotingsjaar te berekenen tussen: – het procentuele aandeel van het Verenigd Koninkrijk in de som van de niet-afgetopte btw-grondslagen, en
– het procentuele aandeel van het Verenigd Koninkrijk in de totale toegewezen uitgaven;
– het procentuele aandeel van het Verenigd Koninkrijk in de som van de niet-afgetopte btw-grondslagen, en
– het procentuele aandeel van het Verenigd Koninkrijk in de totale toegewezen uitgaven;
b. door het aldus verkregen verschil te vermenigvuldigen met de totale toegewezen uitgaven;
c. door de uitkomst van punt b) te vermenigvuldigen met 0,66;
d. door van de uitkomst van punt c) de effecten af te trekken die de transitie naar de afgetopte btw en de in artikel 2, lid 1, onder c), bedoelde afdrachten voor het Verenigd Koninkrijk meebrengen, dat wil zeggen het verschil tussen: – het bedrag dat door het Verenigd Koninkrijk zou zijn afgedragen voor de bedragen gefinancierd uit de middelen bedoeld in artikel 2, lid 1, onder b) en c), indien het uniforme percentage was toegepast op de niet-afgetopte btw-grondslagen, en
– de uit de toepassing van artikel 2, lid 1, onder b) en c), voortvloeiende afdrachten van het Verenigd Koninkrijk;
– het bedrag dat door het Verenigd Koninkrijk zou zijn afgedragen voor de bedragen gefinancierd uit de middelen bedoeld in artikel 2, lid 1, onder b) en c), indien het uniforme percentage was toegepast op de niet-afgetopte btw-grondslagen, en
– de uit de toepassing van artikel 2, lid 1, onder b) en c), voortvloeiende afdrachten van het Verenigd Koninkrijk;
e. door van de uitkomst van punt d) de nettovoordelen voor het Verenigd Koninkrijk af te trekken die het gevolg zijn van de verhoging van het percentage van de in artikel 2, lid 1, onder a), bedoelde middelen dat door de lidstaten ter dekking van hun inningskosten en verwante kosten wordt ingehouden;
f. door de berekening aan te passen en op de totale toegewezen uitgaven de totale toegewezen uitgaven in de lidstaten die na 30 april 2004 tot de Unie zijn toegetreden in mindering te brengen, met uitsluiting van de rechtstreekse landbouwbetalingen en marktgerelateerde uitgaven, alsmede het gedeelte van de uitgaven voor plattelandsontwikkeling dat afkomstig is uit het EOGFL, afdeling Garantie.
Deze correctie wordt bepaald:
a. door het verschil in het voorafgaande begrotingsjaar te berekenen tussen: – het procentuele aandeel van het Verenigd Koninkrijk in de som van de niet-afgetopte btw-grondslagen, en
– het procentuele aandeel van het Verenigd Koninkrijk in de totale toegewezen uitgaven;
– het procentuele aandeel van het Verenigd Koninkrijk in de som van de niet-afgetopte btw-grondslagen, en
– het procentuele aandeel van het Verenigd Koninkrijk in de totale toegewezen uitgaven;
b. door het aldus verkregen verschil te vermenigvuldigen met de totale toegewezen uitgaven;
c. door de uitkomst van punt b) te vermenigvuldigen met 0,66;
d. door van de uitkomst van punt c) de effecten af te trekken die de transitie naar de afgetopte btw en de in artikel 2, lid 1, onder c), bedoelde afdrachten voor het Verenigd Koninkrijk meebrengen, dat wil zeggen het verschil tussen: – het bedrag dat door het Verenigd Koninkrijk zou zijn afgedragen voor de bedragen gefinancierd uit de middelen bedoeld in artikel 2, lid 1, onder b) en c), indien het uniforme percentage was toegepast op de niet-afgetopte btw-grondslagen, en
– de uit de toepassing van artikel 2, lid 1, onder b) en c), voortvloeiende afdrachten van het Verenigd Koninkrijk;
– het bedrag dat door het Verenigd Koninkrijk zou zijn afgedragen voor de bedragen gefinancierd uit de middelen bedoeld in artikel 2, lid 1, onder b) en c), indien het uniforme percentage was toegepast op de niet-afgetopte btw-grondslagen, en
– de uit de toepassing van artikel 2, lid 1, onder b) en c), voortvloeiende afdrachten van het Verenigd Koninkrijk;
e. door van de uitkomst van punt d) de nettovoordelen voor het Verenigd Koninkrijk af te trekken die het gevolg zijn van de verhoging van het percentage van de in artikel 2, lid 1, onder a), bedoelde middelen dat door de lidstaten ter dekking van hun inningskosten en verwante kosten wordt ingehouden;
f. door de berekening aan te passen en op de totale toegewezen uitgaven de totale toegewezen uitgaven in de lidstaten die na 30 april 2004 tot de Unie zijn toegetreden in mindering te brengen, met uitsluiting van de rechtstreekse landbouwbetalingen en marktgerelateerde uitgaven, alsmede het gedeelte van de uitgaven voor plattelandsontwikkeling dat afkomstig is uit het EOGFL, afdeling Garantie.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0006385
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl