BWBV0006294
Geldig vanaf 01-06-2018
Artikel 8
Protocol tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden) en Georgië ter uitvoering van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en Georgië inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven
1. De bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij stelt de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij via e-mail, per telefax, of andere telecommunicatiemiddelen minimaal drie (3) werkdagen voordat de betrokkene wordt overgedragen in kennis van haar voornemen daartoe.
Daartoe wordt gebruikgemaakt van het formulier dat als bijlage 4 aan dit Protocol is gehecht. Een kopie van dit formulier wordt verstrekt aan de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Partij.
2. Indien de verzoekende Partij de terug- of over te nemen persoon niet kan overdragen binnen de in artikel 10, lid 4, van de Overeenkomst genoemde termijn van drie (3) maanden dan wel op de datum die overeenkomstig het eerste lid ter kennis is gebracht van de aangezochte Partij, stelt zij de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij daarvan onverwijld in kennis.
3. Zodra de feitelijke overdracht kan plaatsvinden, stelt de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij de aangezochte Partij daarvan in kennis overeenkomstig het eerste lid van dit artikel.
4. Indien de verzoekende Partij van mening is dat het vervoer over land of over zee dient plaats te vinden, maken de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Partij daarvan afzonderlijk melding op het in het eerste lid van dit artikel genoemde formulier.
Daartoe wordt gebruikgemaakt van het formulier dat als bijlage 4 aan dit Protocol is gehecht. Een kopie van dit formulier wordt verstrekt aan de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Partij.
2. Indien de verzoekende Partij de terug- of over te nemen persoon niet kan overdragen binnen de in artikel 10, lid 4, van de Overeenkomst genoemde termijn van drie (3) maanden dan wel op de datum die overeenkomstig het eerste lid ter kennis is gebracht van de aangezochte Partij, stelt zij de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij daarvan onverwijld in kennis.
3. Zodra de feitelijke overdracht kan plaatsvinden, stelt de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij de aangezochte Partij daarvan in kennis overeenkomstig het eerste lid van dit artikel.
4. Indien de verzoekende Partij van mening is dat het vervoer over land of over zee dient plaats te vinden, maken de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Partij daarvan afzonderlijk melding op het in het eerste lid van dit artikel genoemde formulier.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0006294
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl