BWBV0006294
Geldig vanaf 01-06-2018
Artikel 11
Protocol tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden) en Georgië ter uitvoering van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en Georgië inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven
1. Op het grondgebied van de aangezochte Partij dienen de begeleiders in alle omstandigheden het recht van de aangezochte Partij na te leven.
2. Bij de uitvoering van de terug- of overnames en doorgeleidingen, voor zover deze plaatsvinden op het grondgebied van de aangezochte Partij, zijn de bevoegdheden van de begeleiders beperkt tot zelfverdediging.
Daarnaast kunnen de begeleiders, bij afwezigheid van bevoegde ambtenaren van de aangezochte Partij of ter ondersteuning van deze ambtenaren, in reactie op een onmiddellijke en ernstige dreiging op redelijke en proportionele wijze optreden om te voorkomen dat de betrokkene vlucht, zichzelf of derden letsel toebrengt dan wel schade aan goederen veroorzaakt.
3. De begeleiders voeren hun taak ongewapend en in burgerkledij uit. Zij dienen in het bezit te zijn van een machtiging tot begeleiding, de toestemming voor terug- of overname of doorgeleiding en een identiteitsbewijs.
4. De autoriteiten van de aangezochte Partij verlenen de begeleiders bij de uitoefening van hun taken in het kader van de Overeenkomst dezelfde bescherming en bijstand als aan de eigen bevoegde ambtenaren.
2. Bij de uitvoering van de terug- of overnames en doorgeleidingen, voor zover deze plaatsvinden op het grondgebied van de aangezochte Partij, zijn de bevoegdheden van de begeleiders beperkt tot zelfverdediging.
Daarnaast kunnen de begeleiders, bij afwezigheid van bevoegde ambtenaren van de aangezochte Partij of ter ondersteuning van deze ambtenaren, in reactie op een onmiddellijke en ernstige dreiging op redelijke en proportionele wijze optreden om te voorkomen dat de betrokkene vlucht, zichzelf of derden letsel toebrengt dan wel schade aan goederen veroorzaakt.
3. De begeleiders voeren hun taak ongewapend en in burgerkledij uit. Zij dienen in het bezit te zijn van een machtiging tot begeleiding, de toestemming voor terug- of overname of doorgeleiding en een identiteitsbewijs.
4. De autoriteiten van de aangezochte Partij verlenen de begeleiders bij de uitoefening van hun taken in het kader van de Overeenkomst dezelfde bescherming en bijstand als aan de eigen bevoegde ambtenaren.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0006294
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl