BWBV0003748
Geldig vanaf 30-11-1977
Artikel 6
Luchtvaartovereenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Federatieve Republiek Brazilië
1. Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich het recht voor de exploitatievergunning van een luchtvaartmaatschappij welke door de andere Overeenkomstsluitende Partij is aangewezen niet te verlenen of in te trekken zolang deze niet te haren genoegen heeft aangetoond dat een aanzienlijk deel van de eigendom berust bij onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
2. De aangewezen luchtvaartmaatschappij kan door de autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij worden beboet ingevolge de bepalingen van haar wettelijke bedrijfsvergunning, of haar exploitatievergunning kan geheel of gedeeltelijk worden opgeschort voor een periode van een tot drie maanden:
a) in geval van niet naleving van de in artikel 5 van deze Overeenkomst bedoelde wetten en voorschriften en van andere van overheidswege gegeven richtlijnen voor het functioneren van aangewezen luchtvaartmaatschappijen;
b) wanneer de stuurhutbemanningen op de overeengekomen diensten geen onderdanen zijn van een van beide Overeenkomstsluitende Partijen, behoudens wanneer het betreft de opleiding van stuurhutpersoneel door instructeurs die daartoe deugdelijk bevoegd zijn verklaard door de verantwoordelijke instellingen van de Overeenkomstsluitende Partij welke de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen en gedurende de opleidingsperiode, of indien bijzondere vergunning is verleend.
3. Bij herhaling van de in het vorige lid bedoelde inbreuken kan de vergunning worden ingetrokken.
4. Tot intrekking van de exploitatie-vergunning als bedoeld in lid 1 en lid 3 van dit Artikel wordt eerst overgegaan na overleg met de andere Overeenkomstsluitende Partij. Het overleg moet binnen zestig (60) dagen gerekend van de datum van de betreffende kennisgeving worden aangevangen.
2. De aangewezen luchtvaartmaatschappij kan door de autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij worden beboet ingevolge de bepalingen van haar wettelijke bedrijfsvergunning, of haar exploitatievergunning kan geheel of gedeeltelijk worden opgeschort voor een periode van een tot drie maanden:
a) in geval van niet naleving van de in artikel 5 van deze Overeenkomst bedoelde wetten en voorschriften en van andere van overheidswege gegeven richtlijnen voor het functioneren van aangewezen luchtvaartmaatschappijen;
b) wanneer de stuurhutbemanningen op de overeengekomen diensten geen onderdanen zijn van een van beide Overeenkomstsluitende Partijen, behoudens wanneer het betreft de opleiding van stuurhutpersoneel door instructeurs die daartoe deugdelijk bevoegd zijn verklaard door de verantwoordelijke instellingen van de Overeenkomstsluitende Partij welke de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen en gedurende de opleidingsperiode, of indien bijzondere vergunning is verleend.
3. Bij herhaling van de in het vorige lid bedoelde inbreuken kan de vergunning worden ingetrokken.
4. Tot intrekking van de exploitatie-vergunning als bedoeld in lid 1 en lid 3 van dit Artikel wordt eerst overgegaan na overleg met de andere Overeenkomstsluitende Partij. Het overleg moet binnen zestig (60) dagen gerekend van de datum van de betreffende kennisgeving worden aangevangen.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0003748
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl