BWBV0003726
Geldig vanaf 01-05-2007
Artikel 7
Overeenkomst houdende oprichting van een Europees Universitair Instituut
1. De President leidt het Instituut. Hij voert de besluiten die worden genomen ter toepassing van deze Overeenkomst uit of doet ze uitvoeren en neemt de besluiten van bestuurlijke aard die niet onder de bevoegdheid van de andere organen van het Instituut vallen.
2. Hij is belast met het algemeen beheer van het Instituut. Hij vertegenwoordigt het Instituut in rechte.
Hij stelt het ontwerp van jaarlijkse begroting en het ontwerp van driejaarlijkse financiële ramingen op en legt deze ontwerpen, na raadpleging van de Academische Raad, aan de Raad van Bestuur voor.
Hij benoemt de afdelingshoofden, de directeuren van de interdisciplinaire centra en de andere leden van het docentencorps, aangewezen in overeenstemming met artikel 9, lid 5, onder e., en artikel 9, lid 2.
Hij benoemt het administratieve personeel van het Instituut.
3. De President van het Instituut wordt na raadpleging van de Academische Raad gekozen door de Raad van Bestuur. De wijze waarop de samenwerking tussen de Raad van Bestuur en de Academische Raad bij de totstandkoming van dit besluit verloopt, wordt door de Raad van Bestuur na raadpleging van de Academische Raad met eenparigheid van stemmen bepaald.
De President wordt benoemd voor vijf jaar. Zijn ambtstermijn kan voor een periode van ten hoogste drie jaar worden verlengd bij besluit van de Raad van Bestuur na raadpleging van de Academische Raad genomen met eenparigheid van stemmen.
In de in artikel 6, lid 5, onder a., bedoelde voorschriften worden de voorwaarden vastgesteld waaronder hij, op eigen initiatief of op initiatief van het Instituut, van zijn ambt kan worden ontheven.
2. Hij is belast met het algemeen beheer van het Instituut. Hij vertegenwoordigt het Instituut in rechte.
Hij stelt het ontwerp van jaarlijkse begroting en het ontwerp van driejaarlijkse financiële ramingen op en legt deze ontwerpen, na raadpleging van de Academische Raad, aan de Raad van Bestuur voor.
Hij benoemt de afdelingshoofden, de directeuren van de interdisciplinaire centra en de andere leden van het docentencorps, aangewezen in overeenstemming met artikel 9, lid 5, onder e., en artikel 9, lid 2.
Hij benoemt het administratieve personeel van het Instituut.
3. De President van het Instituut wordt na raadpleging van de Academische Raad gekozen door de Raad van Bestuur. De wijze waarop de samenwerking tussen de Raad van Bestuur en de Academische Raad bij de totstandkoming van dit besluit verloopt, wordt door de Raad van Bestuur na raadpleging van de Academische Raad met eenparigheid van stemmen bepaald.
De President wordt benoemd voor vijf jaar. Zijn ambtstermijn kan voor een periode van ten hoogste drie jaar worden verlengd bij besluit van de Raad van Bestuur na raadpleging van de Academische Raad genomen met eenparigheid van stemmen.
In de in artikel 6, lid 5, onder a., bedoelde voorschriften worden de voorwaarden vastgesteld waaronder hij, op eigen initiatief of op initiatief van het Instituut, van zijn ambt kan worden ontheven.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0003726
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl