BWBV0003195
Artikel 101
Tijdelijke economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en Centraal-Afrika, anderzijds
1. Elke Centraal-Afrikaanse staat of Centraal-Afrikaanse regionale organisatie kan tot deze overeenkomst toetreden. Verzoeken om toetreding worden bij het EPO-comité ingediend. Wanneer een staat een verzoek om toetreding heeft ingediend, neemt hij als waarnemer aan de vergaderingen van het EPO-comité deel.
2. Het verzoek wordt onderzocht en er worden onderhandelingen geopend met het doel de nodige wijzigingen van deze overeenkomst voor te stellen. Het toetredingsprotocol wordt ter goedkeuring aan de bevoegde autoriteiten voorgelegd.
3. De partijen onderzoeken de gevolgen van de toetreding voor deze overeenkomst. Het EPO-comité kan besluiten overgangsmaatregelen vast te stellen of de nodige wijzigingen aan te brengen.
2. Het verzoek wordt onderzocht en er worden onderhandelingen geopend met het doel de nodige wijzigingen van deze overeenkomst voor te stellen. Het toetredingsprotocol wordt ter goedkeuring aan de bevoegde autoriteiten voorgelegd.
3. De partijen onderzoeken de gevolgen van de toetreding voor deze overeenkomst. Het EPO-comité kan besluiten overgangsmaatregelen vast te stellen of de nodige wijzigingen aan te brengen.
- Citeren als
- Art. 101
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0003195
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl