BWBV0003144
Geldig vanaf 01-03-2009
Artikel 4
Besluit van de Raad van de Europese Unie van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen
1. Aan het Verenigd Koninkrijk wordt een correctie voor begrotingsonevenwichtigheden toegestaan.
Deze correctie wordt bepaald:
a. door het verschil in het voorafgaande begrotingsjaar te berekenen tussen: het procentuele aandeel van het Verenigd Koninkrijk in de som van de niet-afgetopte btw-grondslagen, en
het procentuele aandeel van het Verenigd Koninkrijk in de totale toegewezen uitgaven;
het procentuele aandeel van het Verenigd Koninkrijk in de som van de niet-afgetopte btw-grondslagen, en
het procentuele aandeel van het Verenigd Koninkrijk in de totale toegewezen uitgaven;
b. door het aldus verkregen verschil te vermenigvuldigen met de totale toegewezen uitgaven;
c. door het resultaat van b te vermenigvuldigen met 0,66;
d. door van het resultaat van c de effecten af te trekken die de overgang naar de afgetopte btw en de in artikel 2, lid 1, onder c, bedoelde afdrachten voor het Verenigd Koninkrijk met zich brengen, dat wil zeggen het verschil tussen: het bedrag dat door het Verenigd Koninkrijk zou zijn afgedragen voor de bedragen gefinancierd uit de middelen bedoeld in artikel 2, lid 1, onder b, en c, indien het uniforme percentage was toegepast op de niet-afgetopte btw-grondslagen, en
de uit de toepassing van artikel 2, lid 1, onder b en c, voortvloeiende afdrachten van het Verenigd Koninkrijk;
het bedrag dat door het Verenigd Koninkrijk zou zijn afgedragen voor de bedragen gefinancierd uit de middelen bedoeld in artikel 2, lid 1, onder b, en c, indien het uniforme percentage was toegepast op de niet-afgetopte btw-grondslagen, en
de uit de toepassing van artikel 2, lid 1, onder b en c, voortvloeiende afdrachten van het Verenigd Koninkrijk;
e. door van het resultaat van d de nettovoordelen voor het Verenigd Koninkrijk af te trekken die het gevolg zijn van de verhoging van het percentage van de in artikel 2, lid 1, onder a, bedoelde middelen dat door de lidstaten ter dekking van hun inningskosten en verwante kosten wordt ingehouden;
f. door bij elke uitbreiding van de Europese Unie het resultaat van e aan te passen om de Britse korting zodanig te verlagen dat de uitgaven waarvoor thans geen correctie geldt ook na de uitbreiding niet worden gecorrigeerd. De aanpassing zal geschieden door de totale toegewezen uitgaven te verlagen met een bedrag dat gelijk is aan de jaarlijkse pretoetredingsuitgaven in de toetredende landen. Alle aldus berekende bedragen worden overgedragen naar het volgende jaar en worden jaarlijks aangepast door toepassing van de door de Commissie meegedeelde, jongst beschikbare bbp-deflator voor de Europese Unie in euro. Dit punt geldt niet meer vanaf de korting die voor het eerst in 2014 in de begroting wordt opgenomen;
g. door de berekening aan te passen en op de totale toegewezen uitgaven de totale toegewezen uitgaven in de lidstaten die na 30 april 2004 tot de Europese Unie zijn toegetreden in mindering te brengen, behalve de rechtstreekse landbouwbetalingen en marktgerelateerde uitgaven, alsmede het gedeelte van de uitgaven voor plattelandsontwikkeling dat afkomstig is uit het EOGFL, afdeling Garantie. Deze vermindering wordt geleidelijk doorgevoerd volgens het onderstaande schema:
2. De aanvullende bijdrage van het Verenigd Koninkrijk als gevolg van de in lid 1, onder g, bedoelde vermindering van de toegewezen uitgaven mag in de periode 2007–2013 in totaal niet meer bedragen dan 10,5 miljard EUR in prijzen van 2004. De Commissie zal zich er jaarlijks van vergewissen of de gecumuleerde aanpassingen van de correctie niet boven dat bedrag uitkomen. Voor deze berekening zullen de bedragen in actuele prijzen worden omgerekend in prijzen van 2004, door toepassing van de door de Commissie meegedeelde, jongst beschikbare bbp-deflator voor de Europese Unie in euro. Indien het maximum van 10,5 miljard EUR wordt overschreden, wordt de bijdrage van het Verenigd Koninkrijk naar evenredigheid verlaagd.
Het bedrag van 10,5 miljard EUR zal bovendien naar boven worden aangepast in geval van een nieuwe uitbreiding vóór 2013.
Deze correctie wordt bepaald:
a. door het verschil in het voorafgaande begrotingsjaar te berekenen tussen: het procentuele aandeel van het Verenigd Koninkrijk in de som van de niet-afgetopte btw-grondslagen, en
het procentuele aandeel van het Verenigd Koninkrijk in de totale toegewezen uitgaven;
het procentuele aandeel van het Verenigd Koninkrijk in de som van de niet-afgetopte btw-grondslagen, en
het procentuele aandeel van het Verenigd Koninkrijk in de totale toegewezen uitgaven;
b. door het aldus verkregen verschil te vermenigvuldigen met de totale toegewezen uitgaven;
c. door het resultaat van b te vermenigvuldigen met 0,66;
d. door van het resultaat van c de effecten af te trekken die de overgang naar de afgetopte btw en de in artikel 2, lid 1, onder c, bedoelde afdrachten voor het Verenigd Koninkrijk met zich brengen, dat wil zeggen het verschil tussen: het bedrag dat door het Verenigd Koninkrijk zou zijn afgedragen voor de bedragen gefinancierd uit de middelen bedoeld in artikel 2, lid 1, onder b, en c, indien het uniforme percentage was toegepast op de niet-afgetopte btw-grondslagen, en
de uit de toepassing van artikel 2, lid 1, onder b en c, voortvloeiende afdrachten van het Verenigd Koninkrijk;
het bedrag dat door het Verenigd Koninkrijk zou zijn afgedragen voor de bedragen gefinancierd uit de middelen bedoeld in artikel 2, lid 1, onder b, en c, indien het uniforme percentage was toegepast op de niet-afgetopte btw-grondslagen, en
de uit de toepassing van artikel 2, lid 1, onder b en c, voortvloeiende afdrachten van het Verenigd Koninkrijk;
e. door van het resultaat van d de nettovoordelen voor het Verenigd Koninkrijk af te trekken die het gevolg zijn van de verhoging van het percentage van de in artikel 2, lid 1, onder a, bedoelde middelen dat door de lidstaten ter dekking van hun inningskosten en verwante kosten wordt ingehouden;
f. door bij elke uitbreiding van de Europese Unie het resultaat van e aan te passen om de Britse korting zodanig te verlagen dat de uitgaven waarvoor thans geen correctie geldt ook na de uitbreiding niet worden gecorrigeerd. De aanpassing zal geschieden door de totale toegewezen uitgaven te verlagen met een bedrag dat gelijk is aan de jaarlijkse pretoetredingsuitgaven in de toetredende landen. Alle aldus berekende bedragen worden overgedragen naar het volgende jaar en worden jaarlijks aangepast door toepassing van de door de Commissie meegedeelde, jongst beschikbare bbp-deflator voor de Europese Unie in euro. Dit punt geldt niet meer vanaf de korting die voor het eerst in 2014 in de begroting wordt opgenomen;
g. door de berekening aan te passen en op de totale toegewezen uitgaven de totale toegewezen uitgaven in de lidstaten die na 30 april 2004 tot de Europese Unie zijn toegetreden in mindering te brengen, behalve de rechtstreekse landbouwbetalingen en marktgerelateerde uitgaven, alsmede het gedeelte van de uitgaven voor plattelandsontwikkeling dat afkomstig is uit het EOGFL, afdeling Garantie. Deze vermindering wordt geleidelijk doorgevoerd volgens het onderstaande schema:
2. De aanvullende bijdrage van het Verenigd Koninkrijk als gevolg van de in lid 1, onder g, bedoelde vermindering van de toegewezen uitgaven mag in de periode 2007–2013 in totaal niet meer bedragen dan 10,5 miljard EUR in prijzen van 2004. De Commissie zal zich er jaarlijks van vergewissen of de gecumuleerde aanpassingen van de correctie niet boven dat bedrag uitkomen. Voor deze berekening zullen de bedragen in actuele prijzen worden omgerekend in prijzen van 2004, door toepassing van de door de Commissie meegedeelde, jongst beschikbare bbp-deflator voor de Europese Unie in euro. Indien het maximum van 10,5 miljard EUR wordt overschreden, wordt de bijdrage van het Verenigd Koninkrijk naar evenredigheid verlaagd.
Het bedrag van 10,5 miljard EUR zal bovendien naar boven worden aangepast in geval van een nieuwe uitbreiding vóór 2013.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0003144
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl