BWBV0001985
Geldig vanaf 06-06-2010
Artikel 6
Overeenkomst tot oprichting van het Europees Centrum voor weersvoorspellingen op middellange termijn
1. Met eenparigheid van stemmen besluit de Raad:
a) tot vaststelling van het maximum der uitgaven voor de uitvoering van het werkprogramma van het Centrum dat betrekking heeft op de vijf jaren die volgen op de inwerkingtreding van deze Conventie;
b) over de toetreding van Staten overeenkomstig Artikel 23, en tot vaststelling van de voorwaarden van toetreding overeenkomstig Artikel 13 (3);
c) overeenkomstig Artikel 20, over het ontnemen van het lidmaatschap aan een Staat, waarbij de betrokken Staat hierover niet meestemt;
d) over de ontbinding van het Centrum overeenkomstig Artikel 21(1) en (2);
e) de Directeur-Generaal te machtigen om samenwerkingsovereenkomsten te bespreken met niet-Lidstaten en met hun nationale wetenschappelijke en technische instanties; en mogelijk machtigen om dergelijke overeenkomsten af te sluiten;
f) tot het sluiten met een of meer Lidstaten, overeenkomstig Artikel 22 van het in Artikel 16 bedoelde Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten, van alle aanvullende akkoorden met het oog op de uitvoering van dit Protocol.
g) over eventuele overplaatsing van het hoofdkantoor van het ECMWT, overeenkomstig Artikel 1(5).
2. Met een meerderheid van twee derde van de Lidstaten, mits het geheel van de bijdragen dezer Lidstaten ten minste twee derde van het totaal der bijdragen op de begroting van het Centrum vertegenwoordigt, besluit de Raad:
a) tot vaststelling van het Financieel Reglement van het Centrum;
b) tot aanneming overeenkomstig Artikel 12(3), van de jaarlijkse begroting en van de daaraan gehechte lijst van het aantal ambten van het Centrum, alsmede eventueel van de aanvullende of gewijzigde begrotingen en tot onderschrijving van de totale raming van de voor de drie volgende begrotingsjaren te verwachten uitgaven en ontvangsten; indien hij de begroting nog niet heeft vastgesteld, machtigt hij de Directeur-Generaal om in een bepaalde maand verplichtingen aan te gaan en betalingen te doen die de in Artikel 12(5) eerste lid, bedoelde grens overschrijden;
c) onderhevig aan lid 1(a), het programma van activiteiten van het Centrum aannemen, overeenkomstig Artikel 11(1);
d) op voorstel van de Directeur-Generaal, over de aankoop of huur door het Centrum van onroerende goederen en uitrustingen, indien daarmede grote uitgaven zijn gemoeid;
e) de Procedure voor Optionele Programma’s aannemen overeenkomstig Artikel 11(3);
f) individuele Optionele Programma’s aannemen overeenkomstig Artikel 11(3);
g) activiteiten aangevraagd door derden goedkeuren overeenkomstig Artikel 2(5);
h) besluiten over het distributiebeleid voor de producten van het Centrum en andere resultaten van haar werk;
i) over de maatregelen die moeten worden genomen in geval van opzegging van deze Conventie in de zin van Artikel 19;
j) over de eventuele instandhouding van het Centrum bij opzegging van deze Conventie in de zin van Artikel 21(1) waarbij de opzeggende Lidstaten hierover niet meestemmen;
k) tot vaststelling overeenkomstig Artikel 21(3) van de wijze waarop het Centrum in geval van ontbinding wordt geliquideerd.
l) zal, in overeenstemming met Artikel 1(6), besluiten in hoeverre respectievelijk de officiële talen en de werktalen gebruikt zullen worden.
3. Met een meerderheid van twee derde besluit de Raad:
a) tot aanneming van zijn Reglement van Orde;
b) tot vaststelling van het statuut en de bezoldigingsschaal van het personeel van het Centrum; tot bepaling van de aard van en de voorschriften voor de toekenning van de bijkomende voordelen die het personeel geniet; tot vaststelling van het recht van de personeelsleden ten aanzien van de rechten op de industriële eigendom en de auteursrechten, betrekking hebbend op de werkzaamheden die door de personeelsleden in de uitoefening van hun functie zijn verricht;
c) tot goedkeuring van de overeenkomstig Artikel 16 te sluiten overeenkomst tussen het Centrum en de Staat op welks grondgebied de zetel van het Centrum is gevestigd;
d) tot benoeming van de Directeur-Generaal van het Centrum en van zijn plaatsvervanger voor de duur van ten hoogste vijf jaar, welke ambtstermijn een of meer malen kan worden verlengd met een periode van telkens ten hoogste vijf jaar;
e) tot vaststelling van het aantal accountants, de duur van hun ambtstermijn en hun bezoldiging, alsmede tot hun benoeming overeenkomstig Artikel 14 (2);
f) indien nodig, over de beëindiging van de ambtsuitoefening van de Directeur-Generaal of zijn plaatsvervanger of hun schorsing, daarbij rekening houdende met de op hen van toepassing zijnde statutaire bepalingen;
g) tot goedkeuring van het Reglement van Orde van de Wetenschappelijke Adviescommissie, overeenkomstig Artikel 7(4);
h) tot vaststelling van de schaal der financiële bijdragen van de Lidstaten overeenkomstig Artikel 13(1) en (3), en tot tijdelijke verlaging van de bijdragen van een Lid-Staat op grond van voor deze Staat geldende bijzondere omstandigeden, overeenkomstig Artikel 13(2);
i) ieder jaar, na kennis te hebben genomen van het accountantsrapport, tot afsluiting van de rekeningen van het afgelopen boekjaar, alsmede van de balans van activa en passiva van het Centrum en tot verlening van kwijting aan de Directeur-Generaal ter zake van de uitvoering van de begroting;
j) zal de Directeur-Generaal machtigen samenwerkingsovereenkomsten te bespreken met wetenschappelijke en technische instanties van de Lidstaten en met internationale wetenschappelijke en technische civiele of overheidsorganisaties wier activiteiten verband houden met de doelstellingen van het Centrum; en kan de Directeur-Generaal machtigen dergelijke overeenkomsten af te sluiten;
k) tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het gebruik van de licenties die de Lidstaten overeenkomstig Artikel 15(2) en (3), genieten, kan worden uitgebreid tot andere toepassingen dan weervoorspellingen;
l) over het eventueel laten voortbestaan van het stemrecht van een Lid-Staat in het in Artikel 5(2), bedoelde geval; de betrokken Lid-Staat stemt hierover niet mee;
m) tot vaststelling, overeenkomstig Artikel 18, van de aanbevelingen aan de Lidstaten inzake in deze Conventie aan te brengen wijzigingen;
n) tot bepaling, overeenkomstig Artikel 17 van het in Artikel 16 bedoelde protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten, op welke categorieën van personeelsleden de Artikelen 13 en 15 van dit protocol geheel of gedeeltelijk van toepassing zijn alsmede op welke categorieën van deskundigen Artikel 14 van dit protocol van toepassing is;
o) zal goedkeuring hechten aan het Beleid op Lange Termijn van het Centrum, overeenkomstig Artikel 11(2).
4. Wanneer geen speciale meerderheid is vastgesteld, spreekt de Raad zich uit met eenvoudige meerderheid.
a) tot vaststelling van het maximum der uitgaven voor de uitvoering van het werkprogramma van het Centrum dat betrekking heeft op de vijf jaren die volgen op de inwerkingtreding van deze Conventie;
b) over de toetreding van Staten overeenkomstig Artikel 23, en tot vaststelling van de voorwaarden van toetreding overeenkomstig Artikel 13 (3);
c) overeenkomstig Artikel 20, over het ontnemen van het lidmaatschap aan een Staat, waarbij de betrokken Staat hierover niet meestemt;
d) over de ontbinding van het Centrum overeenkomstig Artikel 21(1) en (2);
e) de Directeur-Generaal te machtigen om samenwerkingsovereenkomsten te bespreken met niet-Lidstaten en met hun nationale wetenschappelijke en technische instanties; en mogelijk machtigen om dergelijke overeenkomsten af te sluiten;
f) tot het sluiten met een of meer Lidstaten, overeenkomstig Artikel 22 van het in Artikel 16 bedoelde Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten, van alle aanvullende akkoorden met het oog op de uitvoering van dit Protocol.
g) over eventuele overplaatsing van het hoofdkantoor van het ECMWT, overeenkomstig Artikel 1(5).
2. Met een meerderheid van twee derde van de Lidstaten, mits het geheel van de bijdragen dezer Lidstaten ten minste twee derde van het totaal der bijdragen op de begroting van het Centrum vertegenwoordigt, besluit de Raad:
a) tot vaststelling van het Financieel Reglement van het Centrum;
b) tot aanneming overeenkomstig Artikel 12(3), van de jaarlijkse begroting en van de daaraan gehechte lijst van het aantal ambten van het Centrum, alsmede eventueel van de aanvullende of gewijzigde begrotingen en tot onderschrijving van de totale raming van de voor de drie volgende begrotingsjaren te verwachten uitgaven en ontvangsten; indien hij de begroting nog niet heeft vastgesteld, machtigt hij de Directeur-Generaal om in een bepaalde maand verplichtingen aan te gaan en betalingen te doen die de in Artikel 12(5) eerste lid, bedoelde grens overschrijden;
c) onderhevig aan lid 1(a), het programma van activiteiten van het Centrum aannemen, overeenkomstig Artikel 11(1);
d) op voorstel van de Directeur-Generaal, over de aankoop of huur door het Centrum van onroerende goederen en uitrustingen, indien daarmede grote uitgaven zijn gemoeid;
e) de Procedure voor Optionele Programma’s aannemen overeenkomstig Artikel 11(3);
f) individuele Optionele Programma’s aannemen overeenkomstig Artikel 11(3);
g) activiteiten aangevraagd door derden goedkeuren overeenkomstig Artikel 2(5);
h) besluiten over het distributiebeleid voor de producten van het Centrum en andere resultaten van haar werk;
i) over de maatregelen die moeten worden genomen in geval van opzegging van deze Conventie in de zin van Artikel 19;
j) over de eventuele instandhouding van het Centrum bij opzegging van deze Conventie in de zin van Artikel 21(1) waarbij de opzeggende Lidstaten hierover niet meestemmen;
k) tot vaststelling overeenkomstig Artikel 21(3) van de wijze waarop het Centrum in geval van ontbinding wordt geliquideerd.
l) zal, in overeenstemming met Artikel 1(6), besluiten in hoeverre respectievelijk de officiële talen en de werktalen gebruikt zullen worden.
3. Met een meerderheid van twee derde besluit de Raad:
a) tot aanneming van zijn Reglement van Orde;
b) tot vaststelling van het statuut en de bezoldigingsschaal van het personeel van het Centrum; tot bepaling van de aard van en de voorschriften voor de toekenning van de bijkomende voordelen die het personeel geniet; tot vaststelling van het recht van de personeelsleden ten aanzien van de rechten op de industriële eigendom en de auteursrechten, betrekking hebbend op de werkzaamheden die door de personeelsleden in de uitoefening van hun functie zijn verricht;
c) tot goedkeuring van de overeenkomstig Artikel 16 te sluiten overeenkomst tussen het Centrum en de Staat op welks grondgebied de zetel van het Centrum is gevestigd;
d) tot benoeming van de Directeur-Generaal van het Centrum en van zijn plaatsvervanger voor de duur van ten hoogste vijf jaar, welke ambtstermijn een of meer malen kan worden verlengd met een periode van telkens ten hoogste vijf jaar;
e) tot vaststelling van het aantal accountants, de duur van hun ambtstermijn en hun bezoldiging, alsmede tot hun benoeming overeenkomstig Artikel 14 (2);
f) indien nodig, over de beëindiging van de ambtsuitoefening van de Directeur-Generaal of zijn plaatsvervanger of hun schorsing, daarbij rekening houdende met de op hen van toepassing zijnde statutaire bepalingen;
g) tot goedkeuring van het Reglement van Orde van de Wetenschappelijke Adviescommissie, overeenkomstig Artikel 7(4);
h) tot vaststelling van de schaal der financiële bijdragen van de Lidstaten overeenkomstig Artikel 13(1) en (3), en tot tijdelijke verlaging van de bijdragen van een Lid-Staat op grond van voor deze Staat geldende bijzondere omstandigeden, overeenkomstig Artikel 13(2);
i) ieder jaar, na kennis te hebben genomen van het accountantsrapport, tot afsluiting van de rekeningen van het afgelopen boekjaar, alsmede van de balans van activa en passiva van het Centrum en tot verlening van kwijting aan de Directeur-Generaal ter zake van de uitvoering van de begroting;
j) zal de Directeur-Generaal machtigen samenwerkingsovereenkomsten te bespreken met wetenschappelijke en technische instanties van de Lidstaten en met internationale wetenschappelijke en technische civiele of overheidsorganisaties wier activiteiten verband houden met de doelstellingen van het Centrum; en kan de Directeur-Generaal machtigen dergelijke overeenkomsten af te sluiten;
k) tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het gebruik van de licenties die de Lidstaten overeenkomstig Artikel 15(2) en (3), genieten, kan worden uitgebreid tot andere toepassingen dan weervoorspellingen;
l) over het eventueel laten voortbestaan van het stemrecht van een Lid-Staat in het in Artikel 5(2), bedoelde geval; de betrokken Lid-Staat stemt hierover niet mee;
m) tot vaststelling, overeenkomstig Artikel 18, van de aanbevelingen aan de Lidstaten inzake in deze Conventie aan te brengen wijzigingen;
n) tot bepaling, overeenkomstig Artikel 17 van het in Artikel 16 bedoelde protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten, op welke categorieën van personeelsleden de Artikelen 13 en 15 van dit protocol geheel of gedeeltelijk van toepassing zijn alsmede op welke categorieën van deskundigen Artikel 14 van dit protocol van toepassing is;
o) zal goedkeuring hechten aan het Beleid op Lange Termijn van het Centrum, overeenkomstig Artikel 11(2).
4. Wanneer geen speciale meerderheid is vastgesteld, spreekt de Raad zich uit met eenvoudige meerderheid.
- Wet
- Overeenkomst tot oprichting van het Europees Centrum voor weersvoorspellingen op middellange termijn
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0001985
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl