Artikel 19
Intern Akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de financiering en het beheer van de steun van de Gemeenschap in het kader van het financieel protocol bij de Partnerschapsovereenkomst tussen de staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, ondertekend te Cotonou (Benin) op 23 juni 2000, en de toewijzing van financiële bijstand ten behoeve van de landen en gebieden overzee waarop de bepalingen van het vierde deel van het EG-Verdrag van toepassing zijn
2. De EIB wordt bij deze coördinatie betrokken voor de aangelegenheden in verband met haar activiteiten en die van de Investeringsfaciliteit.
3. De RSS met het bijbehorende ontwerp voor een indicatief programma wordt uiteengezet in één samenvattend document. Over dit document wordt tussen de lidstaten en de Commissie een gedachtewisseling gehouden in het Comité van het EOF. Het Comité van het EOF brengt over de ontwerp-RSS en het indicatieve programma advies uit volgens de procedure van artikel 27, met inachtneming van het bepaalde in artikel 23, lid 1, van dit akkoord.
4. Het operationele indicatieve programma wordt vervolgens in onderling overleg vastgesteld door de Gemeenschap en de regionale organisatie(s) met een passend mandaat, of bij ontbreken van een regionale organisatie met een dergelijk mandaat, de nationale ordonnateurs van de ACS-staten in de betrokken regio. Het indicatieve programma is dan voor de Gemeenschap en die staten bindend.
5. Overeenkomstig artikel 11 van bijlage IV bij de ACS-EG-overeenkomst wordt een tussentijdse evaluatie en een eindevaluatie van de RSS en het indicatieve programma verricht. In de loop van het evaluatieproces brengt het Comité van het EOF advies uit overeenkomstig het bepaalde in artikel 27, aan de hand van een overzichtsdocument dat door de Commissie wordt ingediend. Na de besprekingen in het Comité van het EOF wordt het evaluatieproces afgerond door de Commissie en de regionale organisatie(s) met een passend mandaat, of bij ontbreken van dergelijk mandaat, de nationale ordonnateurs van de ACS-staten in de betrokken regio. De eindresultaten van de evaluatie worden in samenvattende vorm vastgelegd en ter informatie aan het Comité van het EOF voorgelegd.
6. In het kader van de tussentijdse evaluatie en de eindevaluatie kan de toewijzing van middelen worden aangepast aan de behoeften en prestaties van de betrokken ACS-regio.
- Citeren als
- Art. 19
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0001565
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl