Artikel 15
Intern Akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de financiering en het beheer van de steun van de Gemeenschap in het kader van het financieel protocol bij de Partnerschapsovereenkomst tussen de staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, ondertekend te Cotonou (Benin) op 23 juni 2000, en de toewijzing van financiële bijstand ten behoeve van de landen en gebieden overzee waarop de bepalingen van het vierde deel van het EG-Verdrag van toepassing zijn
2. De NSS wordt opgesteld in coördinatie met de vertegenwoordigingen van de lidstaten in de betrokken ACS-staat. Deze coördinatie:
a. geschiedt zoveel mogelijk via in de betrokken ACS-staat bestaande mechanismen voor donorcoördinatie;
b. staat open voor deelneming door lidstaten die geen permanente vertegenwoordiging in de betrokken ACS-staat hebben en door andere donoren die in die ACS-staat actief zijn. Lidstaten die niet bij machte zijn om aan de coördinatie deel te nemen, krijgen toegang tot informatie over de resultaten;
c. houdt in dat de Bank betrokken wordt op terreinen die verband houden met haar activiteiten en die van de Investeringsfaciliteit.
3. Bij de coördinatie op het terrein wordt de klemtoon gelegd op de gezamenlijke evaluatie van behoeften en resultaten, analyse van de sector, alsmede prioriteiten. Bij de coördinatie moet worden gezorgd voor samenhang van de NSS/NIP van het land uitgaande maatregelen, zoals de Poverty Reduction Strategy Papers en het Comprehensive Development Framework, waar dergelijke dialoog bestaat.
4. De niet-terugvorderbare steun van de Gemeenschap wordt geconcentreerd op een beperkt aantal concentratiesectoren, waarbij wordt gezorgd voor complementariteit met activiteiten die worden gefinancierd door de ACS-staat zelf, de lidstaten en andere donoren.
5. Elke NSS, met het bijbehorende ontwerp voor een indicatief programma, wordt uiteengezet in één document. Over dit document wordt tussen de lidstaten en de Commissie een gedachtewisseling gehouden in het Comité van het EOF. Overeenkomstig artikel 4, lid 3, en artikel 5, lid 4, van bijlage IV van de ACS-EG-overeenkomst zal het indicatief programma specifieke en duidelijk omschreven verrichtingen bevatten om de doelstellingen en streefcijfers te halen, vooral die welke kunnen worden toegewezen vóór de volgende herziening. Het indicatief programma zal voorts indicatoren bevatten om het effect van de maatregelen te meten, alsook sectorgebonden beleidsverbintenissen en een tijdschema voor de uitvoering en herziening van het indicatieve programma, met inbegrip van vastleggingen en betalingen van middelen.
Ook de Bank neemt aan deze gedachtewisseling deel. Het Comité van het EOF brengt over de ontwerp-NOS en het indicatieve programma advies uit volgens de procedure van artikel 27 van dit akkoord.
6. Het operationele indicatieve programma wordt vervolgens door de Gemeenschap en de betrokken ACS-staat in onderling overleg vastgesteld en is dan voor de Gemeenschap en die staat bindend. De uiteindelijke NSS en het indicatieve programma worden vervolgens ter informatie voorgelegd aan het Comité van het EOF.
Indien de NSS en het indicatief programma waarover het Comité van het EOF advies heeft uitgebracht aanzienlijk worden gewijzigd voordat de NSS met de betrokken ACS-staat wordt getekend, zullen de herziene NSS en het herziene indicatief programma opnieuw ter advies aan het Comité van het EOF worden voorgelegd.
7. De Commissie, de Bank en de lidstaten nemen alle noodzakelijke maatregelen, in het bijzonder met betrekking tot de in lid 5 bedoelde gedachtewisseling, om te bewerkstelligen dat de NSS en het indicatieve programma binnen zo kort mogelijke tijd worden vastgesteld. Uitzonderlijke omstandigheden daargelaten, dient dit proces binnen twaalf maanden na de ondertekening van de partnerschapsovereenkomst te zijn afgerond.
- Citeren als
- Art. 15
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0001565
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl