BWBV0001561
Geldig vanaf 01-12-2010
Artikel 7
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Franse Republiek inzake wederzijdse bijstand en samenwerking tussen hun douaneadministraties ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving en de voorkoming, opsporing, vaststelling en bestrijding van inbreuken op de douanewetgeving in het Caribisch gebied, in het bijzonder op het eiland Sint Maarten / Saint Martin
De aangezochte administratie houdt op verzoek bijzonder toezicht op:
a. personen ten aanzien van wie het de verzoekende administratie bekend is dat zij een inbreuk hebben gemaakt of die daarvan worden verdacht, met name diegenen die het douanegebied van de aangezochte Partij betreden en verlaten,
b. goederen in vervoer of in opslag ten aanzien waarvan de verzoekende administratie vermoedt dat er ongeoorloofd verkeer naar haar douanegebied bestaat;
c. vervoermiddelen waarvan de verzoekende administratie vermoedt dat zij worden gebruikt voor het maken van inbreuken in het douanegebied van een van de Partijen;
d. gebouwen waarvan de verzoekende administratie vermoedt dat zij worden gebruikt voor het maken van inbreuken in het douanegebied van een van de Partijen;
e. waardepapieren en kostbaarheden zoals geld, deviezen, beleggingscertificaten, aandelen, cheques, edele metalen en diamanten waarvan de verzoekende administratie vermoedt dat deze afkomstig zijn van ongeoorloofde handel in goederen, met inbegrip van de illegale handel in bedreigde dier- en plantensoorten, gevaarlijke goederen, verdovende middelen, psychotrope stoffen en chemische precursoren.
a. personen ten aanzien van wie het de verzoekende administratie bekend is dat zij een inbreuk hebben gemaakt of die daarvan worden verdacht, met name diegenen die het douanegebied van de aangezochte Partij betreden en verlaten,
b. goederen in vervoer of in opslag ten aanzien waarvan de verzoekende administratie vermoedt dat er ongeoorloofd verkeer naar haar douanegebied bestaat;
c. vervoermiddelen waarvan de verzoekende administratie vermoedt dat zij worden gebruikt voor het maken van inbreuken in het douanegebied van een van de Partijen;
d. gebouwen waarvan de verzoekende administratie vermoedt dat zij worden gebruikt voor het maken van inbreuken in het douanegebied van een van de Partijen;
e. waardepapieren en kostbaarheden zoals geld, deviezen, beleggingscertificaten, aandelen, cheques, edele metalen en diamanten waarvan de verzoekende administratie vermoedt dat deze afkomstig zijn van ongeoorloofde handel in goederen, met inbegrip van de illegale handel in bedreigde dier- en plantensoorten, gevaarlijke goederen, verdovende middelen, psychotrope stoffen en chemische precursoren.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0001561
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl