BWBV0001561
Geldig vanaf 01-12-2010
Artikel 3
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Franse Republiek inzake wederzijdse bijstand en samenwerking tussen hun douaneadministraties ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving en de voorkoming, opsporing, vaststelling en bestrijding van inbreuken op de douanewetgeving in het Caribisch gebied, in het bijzonder op het eiland Sint Maarten / Saint Martin
1. De Partijen verlenen elkaar door tussenkomst van hun douaneadministraties bijstand en werken samen onder de in dit Verdrag genoemde voorwaarden ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving, van de inning van douanevorderingen en van voorkoming, opsporing, vaststelling en bestrijding van inbreuken.
2. Alle bijstand en alle samenwerking uit hoofde van dit Verdrag door een van de Partijen wordt verleend in overeenstemming met haar nationale wettelijke en administratieve bepalingen en binnen de grenzen van de bevoegdheden en beschikbare middelen van haar douaneadministratie.
3. Dit Verdrag is uitsluitend bedoeld voor de wederzijdse administratieve bijstand en samenwerking tussen de Partijen op douanegebied; particulieren kunnen aan de bepalingen van dit Verdrag in geen geval het recht ontlenen bewijsmateriaal te doen verkrijgen, te doen achterhouden of ontoelaatbaar te doen verklaren dan wel de uitvoering van een verzoek te doen beletten.
4. De toepassing van dit Verdrag doet geen afbreuk aan de regels die van toepassing zijn op de wederzijdse rechtshulp in strafzaken. Indien de wederzijdse bijstand dient te worden verleend ingevolge een andere overeenkomst die van kracht is tussen de Partijen, geeft de aangezochte administratie aan welke autoriteiten het betreft.
2. Alle bijstand en alle samenwerking uit hoofde van dit Verdrag door een van de Partijen wordt verleend in overeenstemming met haar nationale wettelijke en administratieve bepalingen en binnen de grenzen van de bevoegdheden en beschikbare middelen van haar douaneadministratie.
3. Dit Verdrag is uitsluitend bedoeld voor de wederzijdse administratieve bijstand en samenwerking tussen de Partijen op douanegebied; particulieren kunnen aan de bepalingen van dit Verdrag in geen geval het recht ontlenen bewijsmateriaal te doen verkrijgen, te doen achterhouden of ontoelaatbaar te doen verklaren dan wel de uitvoering van een verzoek te doen beletten.
4. De toepassing van dit Verdrag doet geen afbreuk aan de regels die van toepassing zijn op de wederzijdse rechtshulp in strafzaken. Indien de wederzijdse bijstand dient te worden verleend ingevolge een andere overeenkomst die van kracht is tussen de Partijen, geeft de aangezochte administratie aan welke autoriteiten het betreft.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0001561
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl