BWBV0001474
Geldig vanaf 17-10-2002
Artikel 7
Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende de prejudiciële uitlegging, door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, van de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen
1. Elke Lid-Staat die Hoge Overeenkomstsluitende Partij is, kan wijzigingen in het Protocol voorstellen. Elk wijzigingsvoorstel wordt aan de depositaris toegezonden, die het aan de Raad mededeelt.
2. De wijzigingen worden vastgesteld door de Raad, die de aanneming daarvan door de Lid-Staten, overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen, aanbeveelt.
3. De aldus vastgestelde wijzigingen treden in werking volgens de bepalingen van artikel 4.
2. De wijzigingen worden vastgesteld door de Raad, die de aanneming daarvan door de Lid-Staten, overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen, aanbeveelt.
3. De aldus vastgestelde wijzigingen treden in werking volgens de bepalingen van artikel 4.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0001474
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl