BWBV0001469
Geldig vanaf 01-03-2001
Artikel 9
Verdrag inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Bulgarije
1. Geschillen die mogelijk ontstaan tussen een van de Verdragsluitende Partijen en een investeerder van de andere Verdragsluitende Partij betreffende een investering van die investeerder op het grondgebied van de eerstbedoelde Verdragsluitende Partij worden, zoveel mogelijk, in der minne geschikt tussen de betrokken partijen.
2. Indien het geschil niet in der minne is beslecht binnen een periode van zes maanden na de datum waarop een der partijen bij het geschil om minnelijke schikking heeft verzocht, stemt iedere Verdragsluitende Partij er onvoorwaardelijk mee in het geschil op verzoek van de betrokken investeerder voor te leggen aan:
a. het Internationale Centrum voor de Beslechting van Investeringsgeschillen ter beslechting door arbitrage of conciliatie krachtens het Verdrag inzake de beslechting van investeringsgeschillen tussen staten en onderdanen van andere staten, dat op 18 maart 1965 te Washington werd opengesteld voor ondertekening, indien beide Verdragsluitende Partijen partij zijn geworden bij het bovengenoemde verdrag;
b. het Internationale Centrum voor de Beslechting van Investeringsgeschillen overeenkomstig de regels betreffende de Aanvullende Voorziening voor de toepassing van procedures door het Secretariaat van het Centrum (Aanvullende Voorziening), indien een van de Verdragsluitende Partijen geen partij is bij het verdrag genoemd onder letter a;
c. één scheidsman of een internationaal ad hoc-scheidsgerecht krachtens het arbitragereglement van de Commissie voor Internationaal Handelsrecht van de Verenigde Naties (UNCITRAL).
3. Een rechtspersoon die een investeerder is van de ene Verdragsluitende Partij en die, voordat een dergelijk geschil ontstaat, onder toezicht staat van investeerders van de andere Verdragsluitende Partij, wordt in overeenstemming met artikel 1, zesde lid, van de Aanvullende Voorziening of artikel 25, tweede lid, letter b), van het Verdrag inzake de beslechting van investeringsgeschillen tussen staten en onderdanen van andere staten voor de toepassing van de Voorziening of van het genoemde verdrag behandeld als een onderdaan van de andere Verdragsluitende Partij.
4. De uitspraak van het scheidsgerecht is onherroepelijk en bindend voor beide partijen bij het geschil.
5. Een investeerder kan tevens besluiten een geschil voor te leggen aan een bevoegde nationale rechtbank. Indien een juridisch geschil betreffende een investering op het grondgebied van de Republiek Bulgarije is voorgelegd aan een bevoegde nationale rechtbank, mag dit geschil worden voorgelegd voor internationale geschillenregeling, zodra de bevoegde nationale rechtbank een onherroepelijke uitspraak heeft gedaan. Indien een geschil betrekking heeft op een investering op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden kan een investeerder er op elk tijdstip voor kiezen een geschil voor te leggen voor internationale geschillenregeling.
2. Indien het geschil niet in der minne is beslecht binnen een periode van zes maanden na de datum waarop een der partijen bij het geschil om minnelijke schikking heeft verzocht, stemt iedere Verdragsluitende Partij er onvoorwaardelijk mee in het geschil op verzoek van de betrokken investeerder voor te leggen aan:
a. het Internationale Centrum voor de Beslechting van Investeringsgeschillen ter beslechting door arbitrage of conciliatie krachtens het Verdrag inzake de beslechting van investeringsgeschillen tussen staten en onderdanen van andere staten, dat op 18 maart 1965 te Washington werd opengesteld voor ondertekening, indien beide Verdragsluitende Partijen partij zijn geworden bij het bovengenoemde verdrag;
b. het Internationale Centrum voor de Beslechting van Investeringsgeschillen overeenkomstig de regels betreffende de Aanvullende Voorziening voor de toepassing van procedures door het Secretariaat van het Centrum (Aanvullende Voorziening), indien een van de Verdragsluitende Partijen geen partij is bij het verdrag genoemd onder letter a;
c. één scheidsman of een internationaal ad hoc-scheidsgerecht krachtens het arbitragereglement van de Commissie voor Internationaal Handelsrecht van de Verenigde Naties (UNCITRAL).
3. Een rechtspersoon die een investeerder is van de ene Verdragsluitende Partij en die, voordat een dergelijk geschil ontstaat, onder toezicht staat van investeerders van de andere Verdragsluitende Partij, wordt in overeenstemming met artikel 1, zesde lid, van de Aanvullende Voorziening of artikel 25, tweede lid, letter b), van het Verdrag inzake de beslechting van investeringsgeschillen tussen staten en onderdanen van andere staten voor de toepassing van de Voorziening of van het genoemde verdrag behandeld als een onderdaan van de andere Verdragsluitende Partij.
4. De uitspraak van het scheidsgerecht is onherroepelijk en bindend voor beide partijen bij het geschil.
5. Een investeerder kan tevens besluiten een geschil voor te leggen aan een bevoegde nationale rechtbank. Indien een juridisch geschil betreffende een investering op het grondgebied van de Republiek Bulgarije is voorgelegd aan een bevoegde nationale rechtbank, mag dit geschil worden voorgelegd voor internationale geschillenregeling, zodra de bevoegde nationale rechtbank een onherroepelijke uitspraak heeft gedaan. Indien een geschil betrekking heeft op een investering op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden kan een investeerder er op elk tijdstip voor kiezen een geschil voor te leggen voor internationale geschillenregeling.
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0001469
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl