BWBV0001469
Geldig vanaf 01-03-2001
Artikel 12
Verdrag inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Bulgarije
1. Enig geschil tussen de Verdragsluitende Partijen betreffende de toepassing of de uitlegging van dit Verdrag dat niet binnen een redelijke termijn langs diplomatieke weg door de Verdragsluitende Partijen kan worden beslecht, wordt, tenzij de Verdragsluitende Partijen anders zijn overeengekomen, op verzoek van één van beide Verdragsluitende Partijen voorgelegd aan een uit drie leden samengesteld scheidsgerecht. Elke Verdragsluitende Partij benoemt één lid van het scheidsgerecht en de twee aldus benoemde leden benoemen tezamen een derde lid van het scheidsgerecht, dat geen onderdaan van een der Verdragsluitende Partijen is, tot hun voorzitter.
2. Indien één van de Verdragsluitende Partijen verzuimt haar lid te benoemen en indien zij binnen twee maanden na de datum van het verzoek van de andere Verdragsluitende Partij tot deze benoeming over te gaan daar geen gevolg aan heeft gegeven, kan de laatstgenoemde Verdragsluitende Partij de President van het Internationale Gerechtshof in Den Haag verzoeken de noodzakelijke benoeming te verrichten.
3. Indien de twee leden niet binnen twee maanden na hun benoeming overeenstemming kunnen bereiken over de keuze van het derde lid, kan elk der Verdragsluitende Partijen de President van het Internationale Gerechtshof in Den Haag verzoeken de noodzakelijke benoeming te verrichten.
4. Indien in de in het tweede en derde lid van dit artikel bedoelde gevallen de President van het Internationale Gerechtshof in Den Haag verhinderd is genoemde functie uit te oefenen, of onderdaan is van een van beide Verdragsluitende Partijen, wordt de Vice-President verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten. Indien de Vice-President van het Internationale Gerechtshof verhinderd is genoemde functie uit te oefenen, of onderdaan is van een van beide Verdragsluitende Partijen, wordt het lid van het Internationale Gerechtshof in Den Haag dat de hoogste anciënniteit heeft en geen onderdaan is van een der Verdragsluitende Partijen, verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten.
5. Het scheidsgerecht doet uitspraak op basis van eerbiediging van het recht alsmede van de bepalingen van dit Verdrag. Alvorens uitspraak te doen, kan het scheidsgerecht in elk stadium van het geding een minnelijke schikking van het geschil aan de Verdragsluitende Partijen voorstellen. De voorgaande bepalingen doen geen afbreuk aan regeling van het geschil ex aequo et bono, indien de Verdragsluitende Partijen dit overeenkomen.
6. Tenzij de Verdragsluitende Partijen anders beslissen, stelt het scheidsgerecht zijn eigen procedure vast.
7. Het scheidsgerecht neemt zijn beslissing bij meerderheid van stemmen. Deze beslissing is onherroepelijk en bindend voor de Verdragsluitende Partijen.
8. Elke Verdragsluitende Partij draagt de kosten van haar eigen lid van het scheidsgerecht en van haar vertegenwoordiging in de arbitrageprocedure, terwijl de kosten van de voorzitter en de overige kosten gelijkelijk door de Verdragsluitende Partijen worden gedragen, tenzij het scheidsgerecht anders beslist.
2. Indien één van de Verdragsluitende Partijen verzuimt haar lid te benoemen en indien zij binnen twee maanden na de datum van het verzoek van de andere Verdragsluitende Partij tot deze benoeming over te gaan daar geen gevolg aan heeft gegeven, kan de laatstgenoemde Verdragsluitende Partij de President van het Internationale Gerechtshof in Den Haag verzoeken de noodzakelijke benoeming te verrichten.
3. Indien de twee leden niet binnen twee maanden na hun benoeming overeenstemming kunnen bereiken over de keuze van het derde lid, kan elk der Verdragsluitende Partijen de President van het Internationale Gerechtshof in Den Haag verzoeken de noodzakelijke benoeming te verrichten.
4. Indien in de in het tweede en derde lid van dit artikel bedoelde gevallen de President van het Internationale Gerechtshof in Den Haag verhinderd is genoemde functie uit te oefenen, of onderdaan is van een van beide Verdragsluitende Partijen, wordt de Vice-President verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten. Indien de Vice-President van het Internationale Gerechtshof verhinderd is genoemde functie uit te oefenen, of onderdaan is van een van beide Verdragsluitende Partijen, wordt het lid van het Internationale Gerechtshof in Den Haag dat de hoogste anciënniteit heeft en geen onderdaan is van een der Verdragsluitende Partijen, verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten.
5. Het scheidsgerecht doet uitspraak op basis van eerbiediging van het recht alsmede van de bepalingen van dit Verdrag. Alvorens uitspraak te doen, kan het scheidsgerecht in elk stadium van het geding een minnelijke schikking van het geschil aan de Verdragsluitende Partijen voorstellen. De voorgaande bepalingen doen geen afbreuk aan regeling van het geschil ex aequo et bono, indien de Verdragsluitende Partijen dit overeenkomen.
6. Tenzij de Verdragsluitende Partijen anders beslissen, stelt het scheidsgerecht zijn eigen procedure vast.
7. Het scheidsgerecht neemt zijn beslissing bij meerderheid van stemmen. Deze beslissing is onherroepelijk en bindend voor de Verdragsluitende Partijen.
8. Elke Verdragsluitende Partij draagt de kosten van haar eigen lid van het scheidsgerecht en van haar vertegenwoordiging in de arbitrageprocedure, terwijl de kosten van de voorzitter en de overige kosten gelijkelijk door de Verdragsluitende Partijen worden gedragen, tenzij het scheidsgerecht anders beslist.
- Citeren als
- Art. 12
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0001469
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl