BWBV0001124
Geldig vanaf 01-02-2003
Artikel 7.02
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot regeling van het scheepvaartverkeer en van de recreatie op de gemeenschappelijke Maas
1. Een schip mag geen ligplaats nemen, met uitzondering van de volgende gevallen:
a. in een vak van of op een plaats in de vaarweg aangewezen door de bevoegde autoriteit;
b. op een ligplaats aangeduid door één der tekens E.5 tot en met E.7 (bijlage II);
c. in het geval bedoeld in artikel 6.30, tweede lid.
2. Een meerboei mag slechts worden uitgelegd in een vak van of op een plaats in de vaarweg aangewezen door de bevoegde autoriteit.
3. De bevoegde autoriteit kan van dit artikel ontheffing verlenen.
a. in een vak van of op een plaats in de vaarweg aangewezen door de bevoegde autoriteit;
b. op een ligplaats aangeduid door één der tekens E.5 tot en met E.7 (bijlage II);
c. in het geval bedoeld in artikel 6.30, tweede lid.
2. Een meerboei mag slechts worden uitgelegd in een vak van of op een plaats in de vaarweg aangewezen door de bevoegde autoriteit.
3. De bevoegde autoriteit kan van dit artikel ontheffing verlenen.
- Citeren als
- Art. 7.02
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0001124
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl