BWBV0001124
Geldig vanaf 01-02-2003
Artikel 6.31
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot regeling van het scheepvaartverkeer en van de recreatie op de gemeenschappelijke Maas
1. Een schip, dat in het vaarwater of in de nabijheid daarvan op een gevaarlijke plaats gestrekt langs de zijde van het vaarwater stilligt, moet het geluidssein van een naderend schip telkens beantwoorden door het geven van één reeks klokslagen.
Het schip mag dit sein geven zonder dat het geluidssein van een naderend schip wordt gehoord.
2. Een schip, dat in het vaarwater of in de nabijheid daarvan op een gevaarlijke plaats stilligt en dat zich niet gestrekt langs de zijde van het vaarwater bevindt, moet geven: één reeks klokslagen.
Het schip moet dit sein herhalen met tussenpozen van ten hoogste één minuut.
3. De verplichting, bedoeld in het eerste en in het tweede lid, geldt niet voor een schip dat in een haven stilligt, of dat stilligt op een door de bevoegde autoriteit daartoe aangewezen plaats.
Het schip mag dit sein geven zonder dat het geluidssein van een naderend schip wordt gehoord.
2. Een schip, dat in het vaarwater of in de nabijheid daarvan op een gevaarlijke plaats stilligt en dat zich niet gestrekt langs de zijde van het vaarwater bevindt, moet geven: één reeks klokslagen.
Het schip moet dit sein herhalen met tussenpozen van ten hoogste één minuut.
3. De verplichting, bedoeld in het eerste en in het tweede lid, geldt niet voor een schip dat in een haven stilligt, of dat stilligt op een door de bevoegde autoriteit daartoe aangewezen plaats.
- Citeren als
- Art. 6.31
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0001124
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl