BWBR0053053
Geldig vanaf 26-08-2026
Artikel X
Wijzigingsbesluit arbeidsvoorwaardenakkoorden Defensie hoofdstuk 2 van 2021–2023, 2024 en 2025–2026
1. De volgende betrokkenen hebben aanspraak op een eenmalige uitkering van maximaal € 350,– in juli 2025:
a. de militair aangesteld bij het beroepspersoneel met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 juli 2025 met aanspraak op bezoldiging in werkelijke dienst was, alsmede de ambtenaar die op 1 juli 2025 met aanspraak op bezoldiging was aangesteld in burgerlijke openbare dienst om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger doorlopend werkzaam te zijn;
b. de militair aangesteld bij het reservepersoneel die op enig tijdstip in de periode van 1 januari 2025 tot 1 juli 2025 met aanspraak op bezoldiging in werkelijke dienst is geweest;
c. de ambtenaar aangesteld in burgerlijke openbare dienst die op 1 juli 2025 met aanspraak op salaris in dienst was van het ministerie van Defensie;
d. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal en de gewezen ambtenaar, die op 1 juli 2025 een uitkering genoot ingevolge artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie;
e. de gewezen ambtenaar die op 1 juli 2025 een uitkering genoot op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie;
f. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 juli 2025 een uitkering genoot op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen;
2. De eenmalige uitkering juli 2025, bedoeld in het eerste lid, wordt toegekend ter grootte van:
a. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder a, € 350,– maal de factor van het voor diegene op 1 juli 2025 voor deeltijdarbeid afwijkende salaris gedeeld door het voor diegene op 1 juli 2025 geldende salaris;
b. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder b, € 350,– maal de factor aantal uren gewerkt in de periode van 1 januari 2025 tot 1 juli 2025 gedeeld door 990;
c. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder c, € 350,– maal de deeltijdfactor op 1 juli 2025;
d. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder d en e, € 350,– maal de deeltijdfactor op de datum van ontslag;
e. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder f, € 350,–.
3. In afwijking van artikel 1, eerste lid, is de aanspraak op de eenmalige uitkering september 2024 ook van toepassing op de ambtenaar genoemd in artikel 1, eerste lid, onder a en b, die op 1 juli 2025 ouderschapsverlof genoot. Het ouderschapsverlof heeft geen invloed op de hoogte van de eenmalige uitkering juli 2025.
4. De eenmalige uitkering juli 2025 wordt niet gerekend tot de bezoldiging in de zin van het Inkomstenbesluit militairen dan wel het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie of het inkomen in de zin van de Uitkeringswet gewezen militairen dan wel de Kaderwet militaire pensioenen.
5. De eenmalige uitkering juli 2025 maakt deel uit van de pensioengrondslag.
6. Voor betrokkenen met meerdere arbeidsrelaties die daardoor onder meer dan één categorie, als bedoeld in het eerste lid onder a tot en met e, vallen, geldt dat zij per persoon aanspraak hebben op een eenmalige uitkering van in totaal maximaal € 350,–.
a. de militair aangesteld bij het beroepspersoneel met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 juli 2025 met aanspraak op bezoldiging in werkelijke dienst was, alsmede de ambtenaar die op 1 juli 2025 met aanspraak op bezoldiging was aangesteld in burgerlijke openbare dienst om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger doorlopend werkzaam te zijn;
b. de militair aangesteld bij het reservepersoneel die op enig tijdstip in de periode van 1 januari 2025 tot 1 juli 2025 met aanspraak op bezoldiging in werkelijke dienst is geweest;
c. de ambtenaar aangesteld in burgerlijke openbare dienst die op 1 juli 2025 met aanspraak op salaris in dienst was van het ministerie van Defensie;
d. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal en de gewezen ambtenaar, die op 1 juli 2025 een uitkering genoot ingevolge artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie;
e. de gewezen ambtenaar die op 1 juli 2025 een uitkering genoot op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie;
f. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 juli 2025 een uitkering genoot op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen;
2. De eenmalige uitkering juli 2025, bedoeld in het eerste lid, wordt toegekend ter grootte van:
a. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder a, € 350,– maal de factor van het voor diegene op 1 juli 2025 voor deeltijdarbeid afwijkende salaris gedeeld door het voor diegene op 1 juli 2025 geldende salaris;
b. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder b, € 350,– maal de factor aantal uren gewerkt in de periode van 1 januari 2025 tot 1 juli 2025 gedeeld door 990;
c. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder c, € 350,– maal de deeltijdfactor op 1 juli 2025;
d. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder d en e, € 350,– maal de deeltijdfactor op de datum van ontslag;
e. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder f, € 350,–.
3. In afwijking van artikel 1, eerste lid, is de aanspraak op de eenmalige uitkering september 2024 ook van toepassing op de ambtenaar genoemd in artikel 1, eerste lid, onder a en b, die op 1 juli 2025 ouderschapsverlof genoot. Het ouderschapsverlof heeft geen invloed op de hoogte van de eenmalige uitkering juli 2025.
4. De eenmalige uitkering juli 2025 wordt niet gerekend tot de bezoldiging in de zin van het Inkomstenbesluit militairen dan wel het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie of het inkomen in de zin van de Uitkeringswet gewezen militairen dan wel de Kaderwet militaire pensioenen.
5. De eenmalige uitkering juli 2025 maakt deel uit van de pensioengrondslag.
6. Voor betrokkenen met meerdere arbeidsrelaties die daardoor onder meer dan één categorie, als bedoeld in het eerste lid onder a tot en met e, vallen, geldt dat zij per persoon aanspraak hebben op een eenmalige uitkering van in totaal maximaal € 350,–.
- Wet
- Wijzigingsbesluit arbeidsvoorwaardenakkoorden Defensie hoofdstuk 2 van 2021–2023, 2024 en 2025–2026
- Citeren als
- Art. X
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0053053
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl