BWBR0052927
Geldig vanaf 01-09-2026
Artikel 5
Tijdelijke regeling eenmalige vergoeding correctie dagloon WIA
1. De minister kent het recht op de eenmalige vergoeding ambtshalve toe, nadat:
a. het UWV een beschikking tot herziening heeft genomen; en
b. de persoon ten aanzien van wie het voornemen bestaat om het recht op de eenmalige vergoeding ambtshalve toe te kennen, in de gelegenheid is gesteld om te kennen te geven niet in aanmerking te willen komen voor de eenmalige vergoeding.
2. De minister kent het recht op de eenmalige vergoeding niet ambtshalve toe ten aanzien van de persoon die te kennen heeft gegeven niet in aanmerking te willen komen voor de eenmalige vergoeding.
a. het UWV een beschikking tot herziening heeft genomen; en
b. de persoon ten aanzien van wie het voornemen bestaat om het recht op de eenmalige vergoeding ambtshalve toe te kennen, in de gelegenheid is gesteld om te kennen te geven niet in aanmerking te willen komen voor de eenmalige vergoeding.
2. De minister kent het recht op de eenmalige vergoeding niet ambtshalve toe ten aanzien van de persoon die te kennen heeft gegeven niet in aanmerking te willen komen voor de eenmalige vergoeding.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052927
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl