BWBR0052927
Geldig vanaf 01-09-2026
Artikel 2
Tijdelijke regeling eenmalige vergoeding correctie dagloon WIA
Recht op een eenmalige vergoeding heeft de persoon ten aanzien van wie ambtshalve, of na een aanvraag tot herziening van de WIA-uitkering die is ingediend voor 1 september 2028, door het UWV is vastgesteld dat de hoogte van de WIA-uitkering onjuist is berekend door:
a. een onjuiste toepassing van hoofdstuk 3, 3a en 4 van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen, of een onjuiste toepassing van artikel 33a, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, als het recht op de WIA-uitkering van die persoon is ontstaan in de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2024;
b. een onjuiste indexering van het dagloon als bedoeld in artikel 14 van de WIA, als het recht op de WIA-uitkering van die persoon is ontstaan in de periode van 1 juli 2006 tot en met 31 december 2022;
c. toepassing van artikel 33, eerste lid, van de Werkloosheidswet waardoor een loonloos tijdvak in de referteperiode is ontstaan en dit een verlagend effect heeft op de hoogte van de WIA-uitkering op of na 29 november 2023, als het recht op de WIA-uitkering van die persoon is ontstaan in de periode van 1 juli 2015 tot en met 30 april 2026;
d. om andere redenen dan bedoeld in onderdeel c een of meerdere loonloze tijdvakken in de referteperiode zijn ontstaan en dit een verlagend effect heeft op de hoogte van de WIA-uitkering op of na 30 juli 2024, als het recht op de WIA-uitkering van die persoon is ontstaan in de periode van 1 juli 2015 tot en met 30 april 2026;
a. een onjuiste toepassing van hoofdstuk 3, 3a en 4 van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen, of een onjuiste toepassing van artikel 33a, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, als het recht op de WIA-uitkering van die persoon is ontstaan in de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2024;
b. een onjuiste indexering van het dagloon als bedoeld in artikel 14 van de WIA, als het recht op de WIA-uitkering van die persoon is ontstaan in de periode van 1 juli 2006 tot en met 31 december 2022;
c. toepassing van artikel 33, eerste lid, van de Werkloosheidswet waardoor een loonloos tijdvak in de referteperiode is ontstaan en dit een verlagend effect heeft op de hoogte van de WIA-uitkering op of na 29 november 2023, als het recht op de WIA-uitkering van die persoon is ontstaan in de periode van 1 juli 2015 tot en met 30 april 2026;
d. om andere redenen dan bedoeld in onderdeel c een of meerdere loonloze tijdvakken in de referteperiode zijn ontstaan en dit een verlagend effect heeft op de hoogte van de WIA-uitkering op of na 30 juli 2024, als het recht op de WIA-uitkering van die persoon is ontstaan in de periode van 1 juli 2015 tot en met 30 april 2026;
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052927
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl