BWBR0052818
Geldig vanaf 11-07-2026
Artikel 4
Mandaatbesluit (bijzondere) bevoegdheden AIVD 2026
1. De directeur, het unithoofd en het teamhoofd hebben mandaat om toestemming te verlenen voor:
a. observeren en in het kader daarvan vastleggen van gegevens betreffende gedragingen van natuurlijke personen of gegevens betreffende zaken, al dan niet met behulp van observatie- en registratiemiddelen;
b. het volgen en in het kader daarvan vastleggen van gegevens betreffende natuurlijke personen of zaken, al dan niet met behulp van volgmiddelen, plaatsbepalingsapparatuur en registratiemiddelen.
2. Het mandaat omvat niet het verlenen van toestemming voor:
a. de toepassing van observatie- en registratiemiddelen, bedoeld in het eerste lid, onder a, binnen woningen;
b. het met een technisch hulpmiddel kennis nemen van enige vorm van gesprek, telecommunicatie of gegevensoverdracht door middel van een geautomatiseerd werk.
a. observeren en in het kader daarvan vastleggen van gegevens betreffende gedragingen van natuurlijke personen of gegevens betreffende zaken, al dan niet met behulp van observatie- en registratiemiddelen;
b. het volgen en in het kader daarvan vastleggen van gegevens betreffende natuurlijke personen of zaken, al dan niet met behulp van volgmiddelen, plaatsbepalingsapparatuur en registratiemiddelen.
2. Het mandaat omvat niet het verlenen van toestemming voor:
a. de toepassing van observatie- en registratiemiddelen, bedoeld in het eerste lid, onder a, binnen woningen;
b. het met een technisch hulpmiddel kennis nemen van enige vorm van gesprek, telecommunicatie of gegevensoverdracht door middel van een geautomatiseerd werk.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052818
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl