BWBR0052818
Geldig vanaf 11-07-2026
Artikel 13
Mandaatbesluit (bijzondere) bevoegdheden AIVD 2026
1. Het mandaat wordt niet of op een hoger niveau uitgeoefend indien overwegingen van principiële aard een rol spelen of indien zich bijzondere omstandigheden voordoen.
2. De directeur-generaal, de directeur en het unithoofd kunnen ten aanzien van de uitoefening van het mandaat aanwijzingen geven aan de aan hen ondergeschikte ambtenaren. Deze aanwijzingen worden in acht genomen.
2. De directeur-generaal, de directeur en het unithoofd kunnen ten aanzien van de uitoefening van het mandaat aanwijzingen geven aan de aan hen ondergeschikte ambtenaren. Deze aanwijzingen worden in acht genomen.
- Citeren als
- Art. 13
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052818
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl