BWBR0052336
Geldig vanaf 21-02-2026
Artikel 3.12
Systeemcode elektriciteit 2026
1. Een elektriciteitsproductie-eenheid met een maximumcapaciteit groter dan 11 kW, aangesloten op een laagspanningssysteem, is in ieder geval voorzien van:
a. een meetinrichting voor de afgegeven stroom;
b. een signalering of de elektriciteitsproductie-eenheid al dan niet parallel is geschakeld met het systeem.
2. De beveiliging van de elektriciteitsproductie-eenheid met een maximumcapaciteit groter dan 11 kW, aangesloten op een laagspanningssysteem, is in ieder geval op drie fasen voorzien van:
a. een onderspanningsbeveiliging met een aanspreeksnelheid van 2 seconden bij 80% van de nominale spanning én van 0,2 seconden bij 70% van de nominale spanning;
b. een overspanningsbeveiliging met een aanspreeksnelheid van 2 seconden bij 110% van de nominale spanning;
c. een maximum-stroomtijdbeveiliging; bij een vermogenselektronische omzetter een overbelastingsbeveiliging;
d. een frequentiebeveiliging met een aanspreeksnelheid van 2 seconden bij 47,5 en 51,5 Hz; deze beveiliging mag éénfasig zijn.
3. Bij een door middel van vermogenselektronica gekoppelde elektriciteitsproductie-eenheid met een maximumcapaciteit groter dan 11 kW, aangesloten op een laagspanningssysteem, mag parallelschakeling enkele minuten nadat de systeemspanning weer aanwezig is plaatsvinden.
a. een meetinrichting voor de afgegeven stroom;
b. een signalering of de elektriciteitsproductie-eenheid al dan niet parallel is geschakeld met het systeem.
2. De beveiliging van de elektriciteitsproductie-eenheid met een maximumcapaciteit groter dan 11 kW, aangesloten op een laagspanningssysteem, is in ieder geval op drie fasen voorzien van:
a. een onderspanningsbeveiliging met een aanspreeksnelheid van 2 seconden bij 80% van de nominale spanning én van 0,2 seconden bij 70% van de nominale spanning;
b. een overspanningsbeveiliging met een aanspreeksnelheid van 2 seconden bij 110% van de nominale spanning;
c. een maximum-stroomtijdbeveiliging; bij een vermogenselektronische omzetter een overbelastingsbeveiliging;
d. een frequentiebeveiliging met een aanspreeksnelheid van 2 seconden bij 47,5 en 51,5 Hz; deze beveiliging mag éénfasig zijn.
3. Bij een door middel van vermogenselektronica gekoppelde elektriciteitsproductie-eenheid met een maximumcapaciteit groter dan 11 kW, aangesloten op een laagspanningssysteem, mag parallelschakeling enkele minuten nadat de systeemspanning weer aanwezig is plaatsvinden.
- Citeren als
- Art. 3.12
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052336
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl