BWBR0052336
Geldig vanaf 21-02-2026
Artikel 2.24
Systeemcode elektriciteit 2026
1. De systeembeheerder bepaalt of het systeem, of een gedeelte ervan, in aanmerking komt als TN-stelsel te worden gebruikt ten behoeve van de aardingsvoorziening van elektrische installaties en welke aanvullende voorwaarden daartoe op de aansluiting van toepassing zijn.
2. Voor de toepassing van de in het eerste lid bedoelde voorschriften of bepalingen geldt dat de systeembeheerder zal aangeven of het laagspanningssysteem van de systeembeheerder zodanig is aangelegd dat voldoende is verzekerd dat de nul onder normale omstandigheden ongeveer aardpotentiaal houdt.
3. Het gebruik van objecten van de systeembeheerder als aardingsvoorziening voor elektrische installaties of gedeelten daarvan is niet toegestaan, tenzij anders met de systeembeheerder is overeengekomen.
4. In afwijking van het eerste tot en met het derde lid wordt bij nieuwe aansluitingen met een doorlaatwaarde groter dan 3x80A altijd een TN-systeem toegepast en biedt de systeembeheerder de aangeslotene een aardingsvoorziening aan.
2. Voor de toepassing van de in het eerste lid bedoelde voorschriften of bepalingen geldt dat de systeembeheerder zal aangeven of het laagspanningssysteem van de systeembeheerder zodanig is aangelegd dat voldoende is verzekerd dat de nul onder normale omstandigheden ongeveer aardpotentiaal houdt.
3. Het gebruik van objecten van de systeembeheerder als aardingsvoorziening voor elektrische installaties of gedeelten daarvan is niet toegestaan, tenzij anders met de systeembeheerder is overeengekomen.
4. In afwijking van het eerste tot en met het derde lid wordt bij nieuwe aansluitingen met een doorlaatwaarde groter dan 3x80A altijd een TN-systeem toegepast en biedt de systeembeheerder de aangeslotene een aardingsvoorziening aan.
- Citeren als
- Art. 2.24
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052336
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl