BWBR0051547
Geldig vanaf 01-01-2026
Artikel 15
Regeling financieel beheer van het Rijk 2026
1. De Ministers en de colleges, elk met betrekking tot de begroting of taak waarvoor hij verantwoordelijk is, kunnen een aan de Staat toekomende vordering buiten invordering stellen indien blijkt dat de vordering op de derde niet invorderbaar is. De buiteninvorderingstelling vindt niet eerder plaats dan nadat tenminste driemaal is geprobeerd om de vordering bij de derde te innen.
2. De buiteninvorderingstelling geschiedt in overeenstemming met de Minister van Financiën indien de vordering die aan de buiteninvorderingstelling ten grondslag ligt € 1.500.000 of meer inclusief btw bedraagt.
3. De Ministers en de colleges voorzien de buiteninvorderingstelling van een motivering.
4. De Ministers en de colleges boeken de vordering die aan de buiteninvorderingstelling ten grondslag ligt af en verwerken dit in de financiële administratie.
5. De Ministers en de colleges stellen de derde op wie de vordering betrekking heeft niet in kennis van de buiteninvorderingstelling.
2. De buiteninvorderingstelling geschiedt in overeenstemming met de Minister van Financiën indien de vordering die aan de buiteninvorderingstelling ten grondslag ligt € 1.500.000 of meer inclusief btw bedraagt.
3. De Ministers en de colleges voorzien de buiteninvorderingstelling van een motivering.
4. De Ministers en de colleges boeken de vordering die aan de buiteninvorderingstelling ten grondslag ligt af en verwerken dit in de financiële administratie.
5. De Ministers en de colleges stellen de derde op wie de vordering betrekking heeft niet in kennis van de buiteninvorderingstelling.
- Citeren als
- Art. 15
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0051547
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl