BWBR0051515
Geldig vanaf 2025-09-23
Artikel 8
Regeling specifieke uitkering Preventie met Gezag 2026–2029
1. Nadat de Minister de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft ontvangen, stelt de Minister de uitkering binnen 22 weken overeenkomstig de verlening vast.
2. De Minister kan de uitkering lager vaststellen, indien:
a. de kosten van de activiteiten lager uitvallen dan in de beschikking is vastgesteld;
b. de gemeente niet heeft voldaan aan de aan de uitkering verbonden verplichtingen;
c. de gemeente onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag zou hebben geleid, of
d. de verlening van de uitkering onjuist was en de gemeente waaraan de uitkering is verleend dit wist of behoorde te weten.
2. De Minister kan de uitkering lager vaststellen, indien:
a. de kosten van de activiteiten lager uitvallen dan in de beschikking is vastgesteld;
b. de gemeente niet heeft voldaan aan de aan de uitkering verbonden verplichtingen;
c. de gemeente onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag zou hebben geleid, of
d. de verlening van de uitkering onjuist was en de gemeente waaraan de uitkering is verleend dit wist of behoorde te weten.