BWBR0051515
Geldig vanaf 2025-09-23
Artikel 7
Regeling specifieke uitkering Preventie met Gezag 2026–2029
1. De gemeente besteedt de specifieke uitkering binnen de periode die is opgenomen in de beschikking tot verlening daarvan.
2. De gemeente neemt jaarlijks deel aan de monitorings- en evaluatiecyclus met betrekking tot de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verleend, alsook aan de landelijke evaluatie daarvan.
3. De gemeente doet jaarlijks binnen de periode die is opgenomen in de verlengingsbeschikking aan de Minister verslag van de voortgang van de activiteiten, waarvoor de specifieke uitkering is verleend.
4. De gemeente evalueert en monitort de eigen interventies zo veel mogelijk aan de hand van het Kwaliteitskader Effectieve Jeugdinterventies (KEI), dan wel aan de hand van een te starten traject om de activiteiten wetenschappelijk te onderbouwen met betrekking tot effectiviteit. Interventies die hier niet aan voldoen worden geleidelijk afgebouwd.
5. De gemeente die een specifieke uitkering heeft ontvangen is verplicht om onverwijld een schriftelijke melding te doen zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor die uitkering is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht.
2. De gemeente neemt jaarlijks deel aan de monitorings- en evaluatiecyclus met betrekking tot de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verleend, alsook aan de landelijke evaluatie daarvan.
3. De gemeente doet jaarlijks binnen de periode die is opgenomen in de verlengingsbeschikking aan de Minister verslag van de voortgang van de activiteiten, waarvoor de specifieke uitkering is verleend.
4. De gemeente evalueert en monitort de eigen interventies zo veel mogelijk aan de hand van het Kwaliteitskader Effectieve Jeugdinterventies (KEI), dan wel aan de hand van een te starten traject om de activiteiten wetenschappelijk te onderbouwen met betrekking tot effectiviteit. Interventies die hier niet aan voldoen worden geleidelijk afgebouwd.
5. De gemeente die een specifieke uitkering heeft ontvangen is verplicht om onverwijld een schriftelijke melding te doen zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor die uitkering is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht.