BWBR0051304
Geldig vanaf 2025-07-23
Artikel 10
Tijdelijke subsidieregeling onderzoek Topsector Logistiek 2025–2029
Onverminderd de in artikel 11en 12 van het Kaderbesluit subsidies I en Mgenoemde afwijzingsgronden, wijst de minister de aanvraag voor de subsidie in ieder geval af indien:
a. de aanvraag betrekking heeft op het doel, genoemd in artikel 2, aanhef, onderdeel b, en niet of zeer beperkt bijdraagt aan de reductie van stikstofemissies, of als de stikstofreductie niet kwantitatief is onderbouwd;
b. het onderzoeksproject niet minimaal een omvang van € 500.000 aan begrote projectkosten heeft;
c. de aanvraag een beoordelingsscore van minder dan 3,5 punten heeft;
d. er al een subsidie is verstrekt op grond van deze regeling voor dezelfde activiteit;
e. er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
f. er sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
g. de werkzaamheden aan het project reeds zijn aangevangen voordat de aanvraag voor dat project is ingediend en het stimulerend effect, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening daardoor ontbreekt;
h. de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling in de algemene groepsvrijstellingsverordening.
a. de aanvraag betrekking heeft op het doel, genoemd in artikel 2, aanhef, onderdeel b, en niet of zeer beperkt bijdraagt aan de reductie van stikstofemissies, of als de stikstofreductie niet kwantitatief is onderbouwd;
b. het onderzoeksproject niet minimaal een omvang van € 500.000 aan begrote projectkosten heeft;
c. de aanvraag een beoordelingsscore van minder dan 3,5 punten heeft;
d. er al een subsidie is verstrekt op grond van deze regeling voor dezelfde activiteit;
e. er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
f. er sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
g. de werkzaamheden aan het project reeds zijn aangevangen voordat de aanvraag voor dat project is ingediend en het stimulerend effect, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening daardoor ontbreekt;
h. de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling in de algemene groepsvrijstellingsverordening.