BWBR0051194
Geldig vanaf 2025-10-04
Artikel 12
Subsidieregeling Borgstelling MKB-kredieten Aruba, Curaçao en Sint Maarten
1. De minister betaalt hetgeen de Staat uit hoofde van deze overeenkomst met het oog op de door de kredietverstrekker in zijn verzoek bedoelde bedrijfsborgstellingskrediet verschuldigd is.
2. Voor zover de kredietverstrekker bij zijn verzoek om betaling aannemelijk maakt dat er bijzondere omstandigheden waren die het, oordelend zoals een redelijk handelend en bekwaam kredietverstrekker in het kader van een actief en winstgericht beleid zou hebben gedaan zonder borgstelling, noodzakelijk maakten de andere financieringsfaciliteiten sterker in omvang terug te brengen dan de bedrijfsborgstellingskredieten, blijft artikel 11, eerste lid, aanhef en onder b, en tweede lid, buiten toepassing.
3. De Staat is niet verplicht tot betaling op het verzoek van de kredietverstrekker:
a. indien de kredietverstrekker of de kredietverstrekker-gelieerde niet voldaan heeft aan een verzoek als bedoeld in artikel 19, eerste lid;
b. indien de kredietverstrekker in het kader van het verzoek gegevens heeft verstrekt, waarvan zij wist of behoorde te weten dat deze onjuist of onvolledig waren en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beslissing op het verzoek zou hebben geleid;
c. indien niet is voldaan aan artikel 20, eerste lid.
4. Betalingen door de Staat aan de kredietverstrekker en door de kredietverstrekker aan de Staat geschieden door debitering respectievelijk creditering door de kredietverstrekker van een rekening die de kredietverstrekker zal aanhouden ten name van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, met vermelding van ‘verliesdeclaraties’.
2. Voor zover de kredietverstrekker bij zijn verzoek om betaling aannemelijk maakt dat er bijzondere omstandigheden waren die het, oordelend zoals een redelijk handelend en bekwaam kredietverstrekker in het kader van een actief en winstgericht beleid zou hebben gedaan zonder borgstelling, noodzakelijk maakten de andere financieringsfaciliteiten sterker in omvang terug te brengen dan de bedrijfsborgstellingskredieten, blijft artikel 11, eerste lid, aanhef en onder b, en tweede lid, buiten toepassing.
3. De Staat is niet verplicht tot betaling op het verzoek van de kredietverstrekker:
a. indien de kredietverstrekker of de kredietverstrekker-gelieerde niet voldaan heeft aan een verzoek als bedoeld in artikel 19, eerste lid;
b. indien de kredietverstrekker in het kader van het verzoek gegevens heeft verstrekt, waarvan zij wist of behoorde te weten dat deze onjuist of onvolledig waren en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beslissing op het verzoek zou hebben geleid;
c. indien niet is voldaan aan artikel 20, eerste lid.
4. Betalingen door de Staat aan de kredietverstrekker en door de kredietverstrekker aan de Staat geschieden door debitering respectievelijk creditering door de kredietverstrekker van een rekening die de kredietverstrekker zal aanhouden ten name van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, met vermelding van ‘verliesdeclaraties’.