BWBR0051150
Geldig vanaf 2025-06-28
Artikel 11
Subsidieregeling Inrichten Opleidingsstructuur helpenden, verzorgenden en verpleegkundigen
1. De subsidieaanvraag voor de activiteit, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a, kan worden ingediend in de periode van 18 augustus 2025 9.00 uur tot en met 30 september 2025 13.00 uur.
2. De subsidieaanvraag voor de activiteit, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder b, kan worden ingediend in de periode:
a. van 18 augustus 2025 9.00 uur tot en met 30 september 2025 13.00 uur;
b. van 2 maart 2026 9.00 uur tot en met 27 maart 2026 13.00 uur; of
c. van 31 augustus 2026 9.00 uur tot en met 28 september 2026 13.00 uur.
3. In aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregelinggaat de aanvraag vergezeld van:
a. een opgave van het nummer waarmee de penvoerder en de andere zorg- of welzijnsaanbieder geregistreerd zijn bij de Kamer van Koophandel; en
b. een samenwerkingsovereenkomst ondertekend door alle deelnemers in het samenwerkingsverband.
4. Indien sprake is van de activiteit, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a, gaat de aanvraag in aanvulling op het derde lid vergezeld van een verklaring als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de de-minimisverordening.
5. Indien sprake is van de activiteit, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder b, gaat de aanvraag in aanvulling op het derde lid vergezeld van:
a. een door de minister vastgestelde ondertekende overeenkomst voor het vestigen van een DAEB als bedoeld in artikel 7, tweede lid; en
b. een verklaring als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de DAEB de-minimisverordening.
6. Indien de penvoerder of de andere zorg- of welzijnsaanbieder niet beschikt over een toelatingsvergunning en AGB-code, bedoeld in artikel 4, vierde lid, dan dient de aanvraag vergezeld te gaan van:
a. een contract tussen de financier en de betreffende zorg- of welzijnsaanbieder waaruit blijkt dat er in het jaar van de aanvraag zorg is of wordt ingekocht bij deze zorg- of welzijnsaanbieder in combinatie met factuur en betalingsbewijs in de vorm van een bankafschrift waaruit blijkt dat prestaties in het jaar van de aanvraag of het jaar voorafgaand aan de aanvraag, zijn geleverd; of
b. een schriftelijke verklaring van de financier aan de betreffende zorg- of welzijnsaanbieder in combinatie met een factuur en betalingsbewijs in de vorm van een bankafschrift waaruit blijkt dat prestaties in het jaar van de aanvraag of het jaar voorafgaand aan de aanvraag, zijn geleverd.
7. De penvoerder gebruikt door de minister vastgesteld formulieren voor de de-minimisverklaring, de DAEB de-minimisovereenkomst, de samenwerkingsovereenkomst, de begroting en het activiteitenplan.
2. De subsidieaanvraag voor de activiteit, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder b, kan worden ingediend in de periode:
a. van 18 augustus 2025 9.00 uur tot en met 30 september 2025 13.00 uur;
b. van 2 maart 2026 9.00 uur tot en met 27 maart 2026 13.00 uur; of
c. van 31 augustus 2026 9.00 uur tot en met 28 september 2026 13.00 uur.
3. In aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregelinggaat de aanvraag vergezeld van:
a. een opgave van het nummer waarmee de penvoerder en de andere zorg- of welzijnsaanbieder geregistreerd zijn bij de Kamer van Koophandel; en
b. een samenwerkingsovereenkomst ondertekend door alle deelnemers in het samenwerkingsverband.
4. Indien sprake is van de activiteit, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a, gaat de aanvraag in aanvulling op het derde lid vergezeld van een verklaring als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de de-minimisverordening.
5. Indien sprake is van de activiteit, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder b, gaat de aanvraag in aanvulling op het derde lid vergezeld van:
a. een door de minister vastgestelde ondertekende overeenkomst voor het vestigen van een DAEB als bedoeld in artikel 7, tweede lid; en
b. een verklaring als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de DAEB de-minimisverordening.
6. Indien de penvoerder of de andere zorg- of welzijnsaanbieder niet beschikt over een toelatingsvergunning en AGB-code, bedoeld in artikel 4, vierde lid, dan dient de aanvraag vergezeld te gaan van:
a. een contract tussen de financier en de betreffende zorg- of welzijnsaanbieder waaruit blijkt dat er in het jaar van de aanvraag zorg is of wordt ingekocht bij deze zorg- of welzijnsaanbieder in combinatie met factuur en betalingsbewijs in de vorm van een bankafschrift waaruit blijkt dat prestaties in het jaar van de aanvraag of het jaar voorafgaand aan de aanvraag, zijn geleverd; of
b. een schriftelijke verklaring van de financier aan de betreffende zorg- of welzijnsaanbieder in combinatie met een factuur en betalingsbewijs in de vorm van een bankafschrift waaruit blijkt dat prestaties in het jaar van de aanvraag of het jaar voorafgaand aan de aanvraag, zijn geleverd.
7. De penvoerder gebruikt door de minister vastgesteld formulieren voor de de-minimisverklaring, de DAEB de-minimisovereenkomst, de samenwerkingsovereenkomst, de begroting en het activiteitenplan.