BWBR0051138
Geldig vanaf 2025-09-30
Artikel 10
Regeling kansrijke wijk (tweede tranche)
1. Het college zal, in samenspraak met de alliantie, in de aanvraag, bedoeld in artikel 9, de door de minister in 2026, 2027 en 2028 uit te keren middelen reserveren voor besteding tijdens de periode 2026 tot en met 2028 aan activiteiten binnen hetzelfde thema of het integrale deel ten behoeve van te behalen resultaten.
2. Het college kan, in samenspraak met de alliantie, de uit te keren middelen voor het thema school en omgeving, bedoeld in artikel 6, ook besteden aan activiteiten op scholen tijdens de periode 1 augustus 2025 tot en met 31 december 2025, tenzij de gemeente voor deze scholen eerder middelen heeft ontvangen op grond van de Regeling kansrijke wijkvoor het thema school en omgeving, genoemd in artikel 8 van die regeling.
3. Het college kan het niet bestede bedrag van de in 2026 en 2027 uitgekeerde middelen inzetten voor besteding in 2027 en 2028 aan activiteiten binnen hetzelfde thema of het integrale deel ten behoeve van te behalen resultaten zoals vermeld in de aanvraag, bedoeld in artikel 9, onder de voorwaarde dat de alliantie hier schriftelijk mee akkoord gaat.
4. De uitkering is uiterlijk op 31 december 2028 besteed.
5. Het college kan tussen 1 augustus en 1 oktober 2028 bij de minister een gemotiveerd verzoek indienen tot uitstel van de bestedingstermijn, bedoeld in het derde lid. Uitstel kan ten hoogste worden verleend tot en met 31 december 2029. Het verzoek tot uitstel kan enkel worden ingediend met een bijgevoegd schriftelijk akkoord van de alliantie van het desbetreffende stedelijk focusgebied.
2. Het college kan, in samenspraak met de alliantie, de uit te keren middelen voor het thema school en omgeving, bedoeld in artikel 6, ook besteden aan activiteiten op scholen tijdens de periode 1 augustus 2025 tot en met 31 december 2025, tenzij de gemeente voor deze scholen eerder middelen heeft ontvangen op grond van de Regeling kansrijke wijkvoor het thema school en omgeving, genoemd in artikel 8 van die regeling.
3. Het college kan het niet bestede bedrag van de in 2026 en 2027 uitgekeerde middelen inzetten voor besteding in 2027 en 2028 aan activiteiten binnen hetzelfde thema of het integrale deel ten behoeve van te behalen resultaten zoals vermeld in de aanvraag, bedoeld in artikel 9, onder de voorwaarde dat de alliantie hier schriftelijk mee akkoord gaat.
4. De uitkering is uiterlijk op 31 december 2028 besteed.
5. Het college kan tussen 1 augustus en 1 oktober 2028 bij de minister een gemotiveerd verzoek indienen tot uitstel van de bestedingstermijn, bedoeld in het derde lid. Uitstel kan ten hoogste worden verleend tot en met 31 december 2029. Het verzoek tot uitstel kan enkel worden ingediend met een bijgevoegd schriftelijk akkoord van de alliantie van het desbetreffende stedelijk focusgebied.