BWBR0051129
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 5
Regeling centrale database taxivervoer
1. De vervoerder valideert een auto waarmee taxivervoer wordt verricht voordat deze voor de eerste keer voor de vervoerder met het registratiesysteem van de CDT wordt gebruikt en legt dit vast.
2. Validatie vindt plaats door het elektronisch valideren van het kentekenbewijs.
3. In een niet door de vervoerder gevalideerde auto waarmee taxivervoer wordt verricht, wordt door een bestuurder geen taxivervoer verricht.
2. Validatie vindt plaats door het elektronisch valideren van het kentekenbewijs.
3. In een niet door de vervoerder gevalideerde auto waarmee taxivervoer wordt verricht, wordt door een bestuurder geen taxivervoer verricht.